De subliem rijdende Stefan Groothuis
Er is de afgelopen week veel gezegd en geschreven over de opzet van de reeks wedstrijden om de wereldbeker. Schaatsers, trainers, commerciële begeleiders… Zoveel belangen, zoveel standpunten.
De strijd in Changchun was in ieder geval aantrekkelijk genoeg om de twee samenvattingen van de NOS aandachtig uit te zitten. De ergernis over de tientallen shots van ijs zonder schaatsers werd naar de achtergrond verdrongen door een reeks buitengewone prestaties.
Het sublieme rijden van Stefan Groothuis op beide afstanden over 1000 meter was van grote schoonheid. De (wederom) bijna zege van Jan Smeekens op de 500 meter van de tweede dag maakte ons opnieuw blij. Dat de Koreaanse Sang- Hwa Lee dit weekeinde maar liefst twéé keer de koningin van de 500 meter, Jenny Wolf, van haar troon wist te stoten, verbaasde ons. En we keken op van de manier waarop de Chinese Beixing Wang haar rentree beleefde.
Ook de gesprekken met winnaars en verliezers maakten het interessant genoeg om de beelden vanuit Changchun te blijven volgen. Groothuis legde uit dat de val op de 500 meter hem had wakker geschud uit zijn jetlagslaap. Maar hoe zijn vorm van dit weekeinde tot stand was gekomen, was hem een raadsel. Simon Kuipers voelde zich uitgeput en sprak van overleven. Hij kon niet wachten om weer te gaan trainen. Christine Nesbitt vertelde dat ze de verleiding had weerstaan om te veel te gaan nadenken. Dat ze tijdens haar race in het hier en nu was gebleven, had haar het zesde wereldbekergoud van dit seizoen opgeleverd. En sprintdiva Beixing Wang biechtte op dat ze pas vier weken in training was en de 500 meter op de eerste dag als shocking had beleefd.
Er zijn vele wegen die leiden naar succes. Hard trainen, tijdelijk niet trainen, jetlag of thuisblijven. De vorm kan er zomaar zijn, maar kan ook zo maar weer verdwijnen.
Een jaartje of vijfentwintig geleden kon ik aan mijn trouwste fan maar niet uitleggen waarom ik tijdens de wedstrijd om de Kraantje Lek Trofee niet vooruit was te branden.
"Je hebt toch zo ontzettend hard getraind? En van trainen ga je toch hard schaatsen?", stelde mijn vader. Was het maar zo simpel…