Met diverse triomfen in Europa Cups, met een sterk veld aan de start, hebben de Nederlandse dames hun capaciteiten dit seizoen al laten zien. De Vries, Manon Kamminga, Mariska Huisman en Bianca Roosenboom vormen de ploeg die de baan- en wegonderdelen voor zijn rekening neemt. Op de marathon komen daar nog een paar vrouwen bij.

Er wordt druk gespeculeerd. “De Duitse meiden zijn de grootste concurrenten. Sabine Berg en Mareike Thum zijn wereldtop. Maar we hebben bij de Europa Cups in Gross-Gerau, Wörgl en Berlijn bewezen dat we ze aankunnen,” zegt Elma de Vries. Zij won in april in Gross-Gerau en eind mei in het Oostenrijkse Wörgl de Europa Cup-wedstrijd op de puntenkoers. Ze versloeg toppers als Nicole Begg (NZ) en Jana Gegner (Dui). In de recentste Europa Cup in Berlijn was het Manon Kamminga die op de puntenkoers iedereen de baas was, inclusief wereldkampioenen als Cecilia Baena (Col) en de Duitse dames Berg, Thum en Gegner. Op de 1000 m moest Kamminga alleen Jana Gegner voor zich dulden.

“We kunnen het dus,” stelt ook Manon Kamminga vast. De 19-jarige rijdt voor het tweede jaar bij de senioren, hoewel ze qua leeftijd nog zou mogen starten bij de A-junioren. “Ik rijd liever bij de senioren. Die hebben meer snelheid, waardoor er minder wordt geduwd en getrokken. Bij de junioren is het constant vechten om een plek. Daar gaat zoveel energie in zitten,” zegt Kamminga, die dit seizoen doorbrak met maar liefst acht nationale titels op diverse onderdelen.

Vorig jaar behaalde Kamminga op haar eerste EK en WK bij de senioren drie teammedailles op de aflossingskoersen. Op het WK in Colombia won ze brons op de weg met De Vries en Roosenboom. Op het EK werd het zilver op de weg met De Vries en Roosenboom, en brons op de piste met Roosenboom en Mariska Huisman. Op de 1000 m werd ze vierde.

Dit seizoen heeft Kamminga duidelijk meer zelfvertrouwen gekregen. “Ik ben vooruitgegaan, vooral ook mentaal,” weet ze. “Als je begint te winnen, komt ook dat zelfvertrouwen.”

“Mijn beste onderdelen zijn de 1000 m en de afvalkoers, de nummers waarop je snelheid nodig hebt. De start kan nog wat beter. Om de Europese top aan te kunnen moet je echt een snelle start hebben, zeker op de 500 m. Daar werken we aan.” De Vries: “In een rechtstreekse sprint ben ik even snel als Sabine Berg. Dat betekent dat Manon haar moet kunnen hebben, want die is sneller dan ik.”

Ook Mariska Huisman zegt: “Je denkt vaak dat een ander beter rijdt. Je moet je realiseren: ik kan het zelf ook.” Huisman verraste zichzelf vorig jaar met zilver op de 10 km punten/afvalkoers en brons op de 10 km afvalkoers, beide op de piste, op het EK in Italië.

De hardste competitie komt van Duitsland en Italië, weten de Nederlandse vrouwen. Overigens zijn twee Italiaanse iconen op de lange afstand gestopt: Simona di Eugenio, veelvoudig kampioene op de punten- en de afvalkoers, en Laura Lardani, eveneens meervoudig afvalkoerskampioene en tevens sterk op de marathon met twee keer zilver. Maar het topland heeft nog genoeg troeven over: Erika Zanetti en Desiree Contenti op de sprint, terwijl Francesca Lollobrigida zich goed ontwikkelt op de langere afstanden en Giovanna Turchiarelli al jaren een vaste waarde is. “Maar op de Europa Cups heb ik ze nog niet gezien,” zegt Elma de Vries.

Bianca Roosenboom is hersteld van haar rugblessure. Ze heeft de skatetraining hervat. “Ik mag nog niet volle bak, maar ik ga ervan uit met het EK weer helemaal fit te zijn,” zegt de Kampense. “Mijn lange afstanden zijn veel beter geworden. Daardoor kan ik hopelijk meer voor de ploeg doen, en heb ik meer inhoud voor de 500 en de 1000 gekregen. We hebben een sterk team. Alleen op de 200 en 300 m zijn de Italianen waarschijnlijk te sterk voor ons. Hun sprinters rijden op het WK ook in de top vijf. Maar de andere afstanden zien we met vertrouwen tegemoet.”