Er was in het peloton vooraf scepsis over de locatie van de finale van de Grand Prix op natuurijs. Zweden leek daarvoor een betere gelegenheid dan Flevonice, maar dat had alles te maken met een logistiek probleem. Het WK skiën in de Noordse disciplines begint komende week in het Zweedse Falun, waardoor een Grand Prix in dit weekeinde in het gedrang kwam. Daarom werd die een week naar voren gehaald en werd de finale verreden op de landijsbaan in de Flevopolder.
Dat bleek uiteindelijk niets af te doen aan de kwaliteit van de koers. Er werd tachtig kilometer lang keihard gekoerst op het zware ijs. Daar ontstond al vroeg een kopgroep, waarmee de toon was gezet. Rustig werd het nooit meer op Flevonice. De kopgroep scheurde, werd van achteruit weer aangevuld met onder andere twee mannen van Van Werven, en uiteindelijk bleek Frank Vreugdenhil toch weer de sterkste.
Hij reed in de voorlaatste ronde weg bij mannen als Sander Kingma, Bart de Vries, Max van Boxel, Mart Bruggink, en het Van Werven-trio Rick Smit, Crispijn Ariëns en Thom van Beek. De laatste had al beulswerk verricht om Ariëns bij de kopgroep te brengen en kon niet opnieuw in de achtervolging, de rest kon Vreugdenhil evenmin volgen. Smit leidde weliswaar de jacht, maar kon Vreugdenhil ook niet meer achterhalen.
Vreugdenhil kwam met een paar seconden voorsprong over de streep, zelf nog het meest verbaasd door zijn succes. ’’De afgelopen weken was ik echt heel goed en wilde het niet lukken, nu kom ik half ziek terug uit Zweden en lukt het opeens wel. Dat is niet te verklaren, maar bewijst wel mijn motto: nooit opgeven.’’
De rijder van Husqvarna/Primagaz was de torenhoge favoriet voor de cyclus van de Grand Prix. Niet gek, want Vreugdenhil heeft een reputatie op natuurijs en bewijst ook wekelijks op kunstijs hoe sterk hij is. De praktijk viel echter tegen. Vreugdenhil en zijn ploeg wisten geen wedstrijd te winnen. ’’Dat blijft natuurlijk lastig’’, stelde de man uit Eldersloo. ’’Je kunt vooraf wel allerlei mooie draaiboeken en tactieken bedenken, maar in de praktijk kan het volkomen anders lopen. Dat is bij ons de afgelopen weken gebeurd.’’
Vreugdenhil merkte hoe uiteraard ook alle aandacht van andere rijders op hem en ploeggenoot Simon Schouten was gefocust. ’’Iedereen let op ons. Dat is niet erg, maar het maakt het wel lastig. Kijk, samen met Jouke Hoogeveen steken er er op natuurijs zover bovenuit, maar het is moeilijk dat te vertalen in resultaten. Jouke wint dan wel twee goede koersen, ons lukte dat niet.’’
Dat zat de Drent niet lekker, daar maakte hij geen geheim van. ’’Natuurlijk niet. Ik baalde enorm. Je wilt graag wat laten zien en dat lukt niet. Dat blijft heel zuur. Vandaag hadden we nog een kans iets recht te zetten.’’
Op Flevonice profiteerde Vreugdenhil van de tweestrijd tussen Hoogeveen en Schouten om het klassement. ’’We wisten dat daar veel aandacht naar zou uitgaan,. Het plan was dat ik dan voor de dagwinst zou gaan. Dat het dan een finale is op Flevonice maakt me niets uit. Een zege is een zege. En dat ik in die kopgroep drie mannen van Van Werven achter me laat, dat voelt altijd goed.’’
Achter hem sprintte Mart Bruggink naar de tweede plek, net voor Bart de Vries, die ook al zo’n sterke reeks neerzette. Bruggink was slim meegeslopen naar de kopgroep in de rug van Thom van Beek en Crispijn Ariëns en verzilverde dat in de finale.
De winst in het klassement ging naar Simon Schouten, die 1,8 punten meer had dan Jouke Hoogeveen. Frank Vreugdenhil steeg nog naar plaats drie.