De rust waarmee Voorhuis naar het toernooi in Tsjeljabinsk toewerkt is veel groter dan in het verleden. “Ik kon me een paar jaar geleden veel drukker om dingen maken. Nu accepteer ik het hoe de zaken lopen. Ik denk dat ik nu alles wel wat relaxter bekijk.”

Die invloed hebben de beide coaches op haar gehad. “Zij delen hun ervaring op een heel ontspannen manier. Als ik mentaal tegen dingen aanloop dan kunnen ze me heel veel leren omdat ze het zelf ook hebben meegemaakt.”

Die persoonlijke coaching gebeurt op een spontane, natuurlijke manier, legt Voorhuis uit. “Het is niet zo dat we er voor gaan zitten. Het zijn de kleine gesprekjes op het ijs of tijdens een fietstraining.”

“Maar zij hebben veel meegemaakt en je merkt dat mijn verhaal en hun verhalen op elkaar inhaken. Dat is een gevoelskwestie. Maar het is belangrijk dat ik beter ben geworden in het omgaan met de races en met twijfel.”

Nu haar prestaties beter worden, groeit ook de kans op eremetaal. Ze weet dat, maar de druk wordt niet groter. “Ik voel niet veel druk. Het NK heeft juist voor een goed gevoel gezorgd. Ik ben een paar jaar afwezig geweest en nu besef ik dat ik er weer bij ben.”

In 2009 reed ze haar eerste internationale allroundtoernooi: het WK in Hamar. Ze werd daar vijfde, een prestatie die ze nooit verbeterde. Ook op het EK kwam ze nooit dichter in de buurt van het podium. Wel was ze tot 2012 een van de vaste waardes in de allroundploeg, maar raakte daarna in een dip.

Na twee jaren zonder internationale toernooien is ze nu weer terug en er is behoorlijk wat veranderd sinds ze onder Romme en Timmer traint. “Ik heb de laatste twee jaar heel veel trainingstechnische dingen geleerd, maar vooral ook op persoonlijk gebied.”

Dat vertaalt zich al door naar haar instelling voor het komend weekend. Ze weet, afgaand op haar tweede plaats op het KPN NK dat ze ook in Europa op een topklassering mag hopen. “Het niveau op het NK was enorm hoog. Tot op de laatste afstand was het nog spannend voor de podiumplaatsen. Het niveau was misschien zelfs wel hoger dan dat het op het EK zal zijn.”

“Nu voel ik vooral een gezonde spanning en het is minder dan voor het NK. Toen was het heel belangrijk. Nu wil ik ook presteren, maar toen wist ik dat het niveau zo hoog zou zijn dat het voor wat meer spanning zorgde.”

Ook al is ze relaxt en kijkt ze uit naar het enthousiaste publiek in Tsjeljabinsk, tegelijkertijd is ze ervaren genoeg om zich niet al rijk te rekenen. “Natuurlijk wil ik graag op het podium, maar ik zal het eerst per afstand moeten bekijken”, zegt ze. “Dat is het moeilijke. Je moet alle afstanden goed doen.”