''Ik heb kansen op twee afstanden'', zo kijkt Groothuis vooruit. ''Op de 1000 meter kan ik zeker meedoen om het goud. En op de 1500 heb ik ook mogelijkheden, want daar is niemand die zwaar overheerst.''

Het is tekenend voor zijn kracht op de kilometer dat dit WB-seizoen zijn 'slechtste' prestatie een vierde plek opleverde. Daarnaast won hij tweemaal goud, tweemaal zilver en eenmaal brons. ''Of ik favoriet ben? Ja, dat denk ik wel'', zegt de schaatser, die graag zegt waar het op staat. ''Maar ik ben niet de enige, dat zijn Shani Davis en Kjeld Nuis ook.''

Nadat de pupil van coach Jac Orie eind januari voor het eerst in zijn carrière wereldkampioen sprint werd, bleven nieuwe uitschieters uit. Mede door ziekte mocht Groothuis sindsdien niet meer op de hoogste trede van het podium springen. Het maakt hem gretig, al moet de sprinter ook erkennen dat zijn seizoen eigenlijk niet meer stuk kan.

''Natuurlijk blijf ik goed ziek als ik geen goud pak, zo eerzuchtig ben ik wel'', zegt hij aan de vooravond van de titelstrijd in Thialf. ''Ik heb het WK sprint gewonnen, maar ik wil nog véél meer winnen. Als dat niet gebeurt, dan baal ik zeker de eerste dagen als een stekker. Maar misschien kan ik het - met die wereldtitel sprint al in mijn bezit - wat gemakkelijker relativeren.''

Een van zijn voornaamste concurrenten is uitgerekend zijn ploeggenoot Nuis. De Zuid-Hollander eindigde anderhalve week geleden bij de wereldbekerfinale zowel op de 1000 (achter Davis) en 1500 meter (achter Havard Bökko) als tweede en heeft dus eveneens goede winstkansen. Toch kunnen beide 'kemphanen' het uitstekend met elkaar vinden, getuige de gezamenlijke wintersportvakantie die na de WK is gepland.

Maar dat is volgens Groothuis ook logisch: ''We trainen om elkaar beter te maken, niet om mekaar kapot te maken. Want dan gaat de derde ermee heen. En dat is in dit geval Shani Davis.''