Haar tweelingzusje Femke staat een stuk meer gespannen langs de ijsbaan. Zij heeft zelf altijd veel last van wedstrijdspanning en mag daarom ook niet aan het NK Allround mee doen. ‘’Ik ben heel blij voor Machteld dat ze hier mag rijden, maar ik baal ook dat ik zelf niet mag rijden,’’ zegt het kleine meisje met de grote, witte muts op haar hoofd. ‘’Ik word bij wedstrijden altijd zo zenuwachtig en daarom ging de selectiewedstrijd voor dit NK ook niet zo goed.’’

Toch is ze wel naar Deventer gekomen om haar zusje aan te moedigen. "Ik ga altijd mee,’’ zegt ze. "Tijdens haar race roep ik heel hard en probeer haar naar een overwinning te schreeuwen.’’ Na de wedstrijd is ze gelijk weer aan de zijde van haar zusje te vinden om te vragen hoe het is gegaan. ‘’Machteld is niet alleen mijn tweelingzusje,’’ zegt ze. ‘’Maar ook mijn beste vriendin. Het is geweldig om met mijn beste vriendin in één huis te wonen.’’

Samen dromen ze van een carrière als topschaatsster. Net als Michel en Ronald Mulder, hun grote voorbeelden, hopen ze ooit goud te winnen op de Olympische Spelen. ‘’Zij zijn ook tweeling en ze kunnen ook heel goed sprinten,’’ vertelt Machteld op de fiets. ‘’Ik heb Michel ook in Sotsji zien rijden en daar goud zien winnen. Het zou erg gaaf zijn als ook wij samen naar de Olympische Spelen mogen.’’

De 500 meter vindt ze de leukste afstand. Ze houdt wel van sprinten en smijt op het ijs met energie. ‘’Dan moet alles perfect zijn,’’ zegt ze stralend. ‘’Door al die zware trainingen in de zomer kan ik dat nu ook goed aan. We hebben met de Baanselectie van Haarlem zoveel sprong en hardlooptrainingen gedaan, waardoor mijn conditie erg vooruit is gegaan.’’

Op de 1500 meter heeft ze het minder naar haar zin. ‘’Die vind ik nog te lang,’’ zucht ze. ‘’Aan het eind lopen mijn benen helemaal vol en dan kan ik echt niet meer. Dan ga ik echt dood, zo moe ben ik dan.’’ En weg is ze. Samen met haar zusje loopt ze weer giebelend verder. Het NK Junioren is voor Machteld en Femke nog niet zo serieus; het moet vooral leuk zijn.