Dat is in het heel kort het verhaal van een tweedaags toernooi in Thialf, over vier afstanden (500, 1500, 5.000 en 10.000 meter = 17 km) die Bosker wél heeft moeten afwerken om zich te plaatsen voor een wereldkampioenschap. Hoewel de Zwitserse Groninger blij oogt en met recht trots mag zijn op de tijden, klasseringen en duels die hij heeft uitgevochten op het ijs, moet het hem nog een keer van het hart. Wat de Selectiecommissie van de schaatsbond allemaal heeft uitgevogeld om te bepalen wie er nou wel en niet een zogenoemde aanwijsplek verdiende na de Winterspelen, klopt volgens hem van geen kant. De frustratie, de woede, het onbegrip, al die verschillende emoties daarover hebben in zijn lijf en kop mee geschaatst.
Kampioen of niet, “laat ik vooropstellen dat ik het niet eens ben met het feit dat Stijn (van de Bunt) en Chris (Huizinga) zijn aangewezen voor het WK Allround”, zegt Bosker na zijn huldiging. “We hebben niet voor niets een Olympisch Kwalificatietoernooi gereden waarop een combinatieklassement van de 1500 meter en de vijf kilometer zou bepalen wie een startbewijs zou krijgen voor het WK. Om die reden deed ik speciaal mee aan de 1500 meter. Ik won dat klassement, terwijl andere sporters niet eens de moeite namen daarvoor te rijden. Ik vond daarom dat ik die plek al had verdiend op het OKT. Maar niet dus.”
Freek van der Wart namens de Selectiecommissie reageert erop. “Op basis van de uitslagen van het OKT en op de Spelen in Milaan kwamen we als commissie tot de volgende conclusie voor het WK Allround. Er was een combinatieklassement te maken van Stijn van de Bunt en Marcel Bosker van het OKT op de 1500 meter en de vijf kilometer. Chris Huizinga reed alleen de vijf kilometer op de Spelen, Jorrit Bergsma de tien kilometer en de mass start. Daarnaast schaatste Jorrit de vijf kilometer op het OKT.
“Weeg je alles ten opzichte van elkaar, dan was Bergsma de minste op de vijf kilometer. De vraag is of hij met zijn resultaten van de tien kilometer in het achterhoofd die afstand zou kunnen halen op een WK Allround, oftewel: of hij in zijn kracht komt. Dan valt hij af en houd je drie man over, van wie er twee dat combinatieklassement reden (Stijn en Marcel). Die twee langs de meetlat leggend wijst uit dat Van de Bunt de betere was op de Spelen. Huizinga heeft zich in Milaan op de vijf kilometer verbeterd ten opzichte van het OKT. Dat is de andere twee niet gelukt. Kijk je zo naar de resultaten, naar de vorm en naar de mogelijkheid om je op een WK Allround te plaatsen voor de tien kilometer, dan zijn Chris en Stijn de grootste kanshebbers.”
Zij hebben zich het voorbije weekend niet hoeven in te spannen, Bosker des te meer, al valt het genot van de overwinning hem aan te zien. Zijn vierkamp is overtuigend genoeg geweest, met de vijf kilometer als uitschieter en de 10.000 meter in een beetje spaarstand. Ook niet te vergeten, dat ene momentje op het laatste nummer, na een kilometer of acht: het wegtikken van het laatste blokje bij het uitkomen van de binnenbocht. “K#t, dacht ik, het is klaar. Diskwalificatie. Ik zag de coaches van Essent meteen heen en weer rijden, pratend over dat moment. Toen ik over de finish kwam, juichte ik omdat ik wilde dat het allemaal in orde was. Gelukkig was dat het ook. Ik heb me zelfs wat kunnen sparen voor het WK, al doet 13.04 alsnog zeer. Hoe langer een tien kilometer duurt, des te meer pijn je hebt.”
De klus zit erop, het venijn over al dan niet oneerlijke besluiten mag best wegebben. Zaterdag heeft Bosker geweigerd te praten over de onvrede – die hij naar buiten bracht na de vijf kilometer door te klappen en demonstratief met een opgestoken duim te wijzen naar personen op de tribune. Nee, dat was niet bedoeld voor de mensen van de Selectiecommissie of de KNSB. “Ik zwaaide naar een vriendin die altijd op mijn hond past als ik moet schaatsen”, merkt hij lachend op, er onmiddellijk tussen de regels aan toevoegend dat de waarheid anders is.
De Spelen heeft hem immers niet de gehoopte medaille gebracht. Het draaide voor Bosker om de team pursuit, ook in de maanden van voorbereiden. “De vijf kilometer is steeds bijzaak geweest. Pas de laatste week is de aandacht weer op het allrounden gegaan, en gelukkig keert dat dan snel terug in m’n systeem. Ik blijf erbij dat ik in Milaan een beslissende rol in de ploegenachtervolging had kunnen spelen. Daar is er een medaille van me afgenomen die er voor mijn gevoel had ingezeten. De tijd van de Chinezen (derde in de eindstand, red.) was niet zo spectaculair. Ik weet dat een fris iemand altijd beter is dan drie die reeds een rit hebben moeten rijden. Als Rintje (Ritsma, de bondscoach, red.) had besloten om nog een keer in dezelfde opstelling te schaatsen, zou ik persoonlijk hebben aangegeven dat ik plaats zou maken. Zonde dat het allemaal niet is gebeurd. Ik voel me genaaid door de keuze van Ritsma waar ik verder niet zoveel aan heb kunnen doen. Het enige is dat ik me er wel volledig op heb gefocust. Er zijn nooit tekenen en signalen geweest dat ik slecht was of niet in vorm zou zijn. Ach, het is helaas gebeurd. Misschien over vier jaar nog een keer.”
Eerst maar vlammen op dat WK Allround. Met Chris en Stijn, de mannen rustig hebben kunnen toeleven naar dat evenement. “Gelukkig is de wedstrijd in een vol Thialf. Daar krijg ik altijd motivatie van.”