In haar loopbaan grossierde Bianca Roosenboom (25) al in titels. Maar opvallend genoeg dus nooit op de marathon. Meestal te zwaar, oordeelde ze zelf. ’’Het zijn echt van die wedstrijden waarin ik gesloopt word. Van een sprint komt het zelden. En daar moet ik het toch van hebben.’’

In Achterveld had ze daar ook geen rekening mee gehouden, al hoopte ze stiekem wel op een gunstig scenario. Maar binnen haar Sprog-ploeg waren meerdere alternatieven voorhanden. Ook Sharon Hendriks en Elma de Vries zijn immers in staat wedstrijden te winnen.

Dit keer liep het echter wel zoals Roosenboom hoopte. Dat kon ze zelf eigenlijk amper geloven. ’’Nederlands kampioen marathon, dat had ik echt nooit gedacht. Ik heb zelfs nog nooit podium gereden en dan overkomt me nu dit. Ongelooflijk. Ik ben er echt heel blij mee’’, bekende ze. ’’Dit is echt fantastisch.’’

In de koers deed ze eigenlijk niet veel anders dan anders. Roosenboom is een rijdster die zich moet sparen, die je niet voorop ziet gaan in de strijd. De wedstrijd maken, zegt ze eerlijk, dat is aan andere rijdsters. ’’Ik moet me rustig houden, niet te veel doen. Als ik dat wel doe, vergooi ik mijn kansen om het in een sprint te kunnen winnen. Dat is de enige manier waarop ik dit kan.’’

Voor het zwaardere werk heeft de Sprog-ploeg Elma de Vries. Die kan dat uitstekend, zelfs als ze herstellend is van ziekte. ’’Zij heeft vandaag echt de koers gemaakt’’, erkende Roosenboom. ’’Samen met Sharon Hendriks was zij degene die steeds de aanvallen plaatste. Manon Kamminga reageerde dan eigenlijk steeds, met Irene Schouten in haar wiel.’’

Dat spel leverde in ieder geval een aardige kopgroep van zeven vrouwen op. Niet eens omdat ze wegreden van de rest, maar eerder omdat de rest het helse tempo niet langer kon volgen. Als een sneltrein denderde het zevental door de straten van het pittoreske Achterveld, dat massaal uitliep voor de inline-toppers. Zo was al snel duidelijk dat winnaar uit die zeven moest komen.

Manon Kamminga was daarvoor een prominente kandidaat. Kamminga was sterk, en heeft bovendien een goede sprint. Domme pech betekende het einde van haar kansen. Kamminga kreeg in de finale materiaalpech. Ze repareerde al rijdend nog wel wat met een inbussleutel, maar was de leidsters kwijt. Bovendien werd ze ook nog eens gediskwalificeerd.

Zuur, vond ook Roosenboom. ‘’Voor de koers zei Manon nog dat we ons materiaal goed vast moesten draaien omdat er klinkers in het parkoers zaten. Hebben we ook goed gedaan en toch gebeurt dit. Da’s echt heel ongelukkig. Ik baalde ook echt voor haar.’’

Irene Schouten gaf op dat moment aan de voorkant nog wat gas, waardoor het groepje verder uitdunde. ’’Het was duidelijk dat het op een eindsprint zou uitdraaien. Dat was wel mijn kans. Irene Schouten moet het niet echt van een sprint hebben, ik ben meestal sneller. Dus als ik ooit een keer een titel wilde pakken op de marathon, dan moest het nu gebeuren.’’

Bij het uitkomen van de laatste bocht gaf Roosenboom vol gas. ’’Ik moest vroeg gaan, er een lange sprint van maken.’’ Twintig meter voor de streep had ze het gevoel dat het ging gebeuren. ’’Het schoot even door mijn hoofd: ‘Gaat het eindelijk lukken? Het zal toch niet waar zijn’. Ik ben echt tot de allerlaatste meter doorgereden, omdat in Otterlo Irene Schouten me nog bijna verraste. Dat gebeurde nu gelukkig niet. En dan staat ook Sharon Hendriks nog op het podium. Geweldig.’’