In een persbericht van Team Van Werven geeft Boeve toe dat zijn uitspraken bij de ploegpresentatie niet zijn uitgekomen, maar hij heeft er geen spijt van. “Die uitspraak deed ik op een moment dat het ook laf was geweest iets anders te zeggen. Een team met zoveel mogelijkheden en talent moet voor de winst rijden.”

Een week na zijn grote woorden werd de ploeg getroffen door het noodlot: Christijn Groeneveld kwam in Inzell hard ten val. Dat hakte erin bij de ploeg. Toen de openingswedstrijd in Amsterdam vervolgens niet liep zoals gehoopt betekende dat een knauw in het zelfvertrouwen van de Van Werven-rijders.

Ook in de daaropvolgende wedstrijden had de ploeg moeite om de ploegen van Jillert Anema, A-ware/Fonterra en Tjolk, in te tomen. Met een negende plek voor Crispijn Ariëns in Heerenveen werd het beste resultaat tot nu toe geboekt.

Precieze oorzaken kan Boeve niet aanwijzen, maar het is wel duidelijk dat er werk aan de winkel is voor hem en zijn mannen, erkent hij. “Momenteel zijn we als team niet uitgebalanceerd genoeg. De wedstrijden zijn anders dan vorige jaren. Het gaat weer sneller, de wedstrijden zijn weer harder. We kunnen daar nog niet op anticiperen. We hebben tijd nodig.”

Boeve verwacht wel dat zijn ploeg erin zal slagen om de aansluiting weer te vinden. En het is nog te vroeg in de winter om al eindconclusies te trekken. “Dat doen we in maart. We hebben de hele zomer hard gewerkt en blijven dat doen. Dan gaat het tij keren. Voor nu moeten we realistisch zijn; we kunnen het niet afdwingen om te winnen. Maar we zijn wel fit. Daarom geloof ik ook dat we dit seizoen nog wat kunnen neerzetten.”