De eerste keer in de geschiedenis wordt er een EK sprint gereden. Kijk je er naar uit?
“Ik heb er heel veel zin in. Het is uniek dat het toernooi gehouden wordt en dan ook nog eens in een vol stadion voor eigen publiek. En de combinatie met het EK allround maakt het natuurlijk ook hartstikke leuk. Bovendien doen de Nederlanders zowel in het allround- als in het sprinttoernooi mee om de prijzen. Het wordt een prachtig kampioenschap met een mooie entourage. Het wordt echt genieten!”
Wat verwacht je van jouw pupillen Kai Verbij en Ronald Mulder?
“Ik vind dat zij voor de prijzen moeten gaan, al zijn er nog genoeg andere kanshebbers. Het scheelt dat Pavel Kulizhnikov niet meedoet, maar Ruslan Murashov, Nico Ihle, Mika Poutala, Havard Lorentzen, Aleksey Yesin en Kjeld Nuis maken ook kans op het eremetaal. Natuurlijk gaan we voor het podium, ik denk dat dat ook realistisch is. Het zou leuk zijn als de winnaar uit mijn ploeg komt, maar zover is het nog lang niet.”
Is dit een piekmoment voor Kai en Ronald?
"Het piekmoment hadden we vorige week bij de NK afstanden. Maar dat kunnen we nog wel een week doorzetten. In het begin van het seizoen stond deze wedstrijd nog niet op de kalender. Laat ik het zo zeggen: dit kampioenschap zit in het gedeelte waar we normaal gesproken gingen trainen. Maar goed, wie laat er nu een EK in Heerenveen schieten? Het is wel een EK hé, en in Nederland.”
Vind je het niet hinderlijk dat het EK sprint en het EK allround tegelijkertijd verreden wordt?
“Het enige nadeel is dat je grote pauzes hebt tussen twee afstanden. Dat gejojo heb je met een WK sprint niet. Maar aan de andere kant: het is een groot evenement. Het is mooi dat we daar onderdeel van uitmaken. Bovendien hebben de mensen wel wat te zien in drie dagen.”
Dus die grote pauzes vinden Ronald en Kai niet vervelend?
“Tja, wat is vervelend? Het wordt pas vervelend als je het zelf vervelend gaat vinden. Het is zoals het is, je houdt gewoon rekening met wanneer ze moeten rijden. Ik probeer alles zo goed mogelijk uit te rekenen zodat de jongens zich zo maximaal mogelijk kunnen prepareren voor de race. De jongens vinden het wel prima. Ze zijn juist heel blij dat ze het toernooi mogen rijden.”
Je hebt zelf nooit een EK sprint gereden. Vind je dat jammer?
“Ja, dat vind ik zeker jammer. Ik heb er in mijn tijd al voor gepleit, vooral in het begin. Ik vond het wel raar eigenlijk. De allrounders hadden altijd een EK allround en de sprinters hadden geen EK. Ik denk dat je destijds een heel mooi EK sprint had kunnen maken. Het scheelt bovendien veel exposure, ook voor de sponsoren.”
Vroeger waren er sowieso weinig toernooien. Er is nogal wat veranderd he?
"Klopt, het was heel karig. Vroeger had je nog niet eens een WK afstanden, alleen een NK en WK sprint. Later kwamen daar ineens de NK en WK afstanden bij. En nu zijn er EK’s. Het wordt daardoor wel steeds drukker en lastiger te plannen waar de belangrijke kampioenschappen liggen. Maar goed, we zijn hier nu en ik denk dat de kijker thuis het juist leuk vindt.”
Niet alleen Ronald en Kai doen het goed bij jouw ploeg, ook onder meer Dai Dai Ntab, Pim Schipper en Thomas Krol rijden goed. Wat is jouw geheim als coach?
“Dat vind ik lastig om over mezelf te zeggen. Dat laat ik altijd aan anderen over. We doen ons best en hebben onze eigen methodes. Ik vind het mooi om te zien dat de jongens zich doorontwikkelen en dat dingen die je voor ogen hebt eruit komen. Daar haal ik als coach voldoening uit.”
Wat is het leukste als coach?
"Het werken met mensen. Niet alleen het resultaat is mooi, maar ook de interactie, het bezig zijn. Als ik een jongen een schema laat trainen en bepaalde technische aanwijzingen geef, vind ik het heel mooi om te zien als hij harder gaat. Uiteindelijk gaat het team daardoor ook steeds harder. Dat is de kick van het coachen. Als begeleidingsteam is dat heel gaaf om te zien. Als ik hier op de ijsbaan wegrijd, rijd ik met een smile op mijn gezicht weer terug. Dat is altijd een goed teken.”
Hoelang wil je dit werk nog blijven doen?
“Ik heb gezegd tot de Olympische Spelen en dan kijk ik wel weer verder. Maar ik denk dat ik nog wel een poosje in het schaatsen actief blijf hoor.”