Haar andere manier van schaatsen betaalde zich bij de eerste wereldbeker van het seizoen direct uit. Van Ruijven bereikte op beide 1000 meters het hoofdtoernooi. Iets dat ze nooit eerder deed op de kilometer en plakte daar direct een zesde plaats aan vast. Die vliegende start heeft haar zelf ook verbaasd. “De kwartfinale was het doel, maar het ging zelfs beter dan dat.”

Op technisch vlak loopt het bij de shorttrackster, die al twee Europese titels met de relayploeg op zak heeft. “Het schaatsen gaat veel makkelijker en kost minder energie. Ik kan snellere tijden rijden, ondanks dat mijn conditie nog niet helemaal top is.”

Bondscoach Jeroen Otter is enthousiast over het optreden van Van Ruijven. “Het is mooi als je rijders die speld in de hooiberg kan laten vinden. Ze schaatst nu zo makkelijk en dan gaat het ineens moeiteloos”, stelt hij.

Eerder was Van Ruijven blij als ze de topschaatsers bij kon houden. Nu is ze veel zelfverzekerder. “Doordat ik beter schaats durf ik meer en pak ik veel eerder het initiatief. Ik maak betere tactische keuzes”, legt Van Ruijven uit.

“Je kan meer spelen in de race, kunt makkelijker blokkeren en inhalen. En ik heb meer tijd om naar anderen te kijken. Het zijn hele andere ritten dan vorig jaar. Dat maakt het spelletje nog leuker. Ik doe nu echt mee.”

Otter zag het aankomen bij de jongste vrouw uit zijn selectie, voor hem was het vooral de vraag wanneer het zou gebeuren. “Het is niet altijd te voorspellen. Soms denk je na zoveel jaar trainen, komt het nog wel? Maar dan opeens valt het kwartje. Je zag het vorig jaar ook bij Yara van Kerkhof. Het heeft blijkbaar een aantal jaar nodig en dan kun je toch ineens die stap maken. Het is een technische en mentale kwestie en dan ineens is de durf er.”

Ook in de halve eindstrijd pakte Van Ruijven zaterdag gelijk de koppositie. Moet ze schaatsen tegen de kersverse wereldrecordhoudster op de 500 meter Kexin Fan, het haalt haar niet meer uit haar ritme. “Ze gaat het gevecht met die Chinese aan, hangen en blokken. Die ervaring had ze nog nooit gehad. Nu staat ze ineens in de echte wereld”, analyseert Otter.

Al moest Van Ruijven in de heatbox toch even slikken toen ze de namen op de rittenlijst zag. “Ik dacht wel even: oh, die sterke Chinese. Poeh, grote namen. Ik rij nu mee, dat is wel even wennen. Ik had al het idee dat ik er tussen kon rijden, maar je wilt het toch eerst zien en dan geloven.”

Van Ruijven denkt dat het nog beter kan. Conditioneel staat ze er niet sterk voor vindt ze. De hele zomer spelen beide knieën al op door overbelasting, waardoor haar peesaanhechtingen geïrriteerd zijn. “Ik kon niet fietsen en hardlopen, dus dat heb ik moeten compenseren met andere trainingen. Daar heb ik een achterstand opgelopen.”

Daarom wil Van Ruijven richting de Europese kampioenschappen in eigen land in januari 2015 haar duurvermogen uitbouwen. Dat moet voorlopig gebeuren met alternatieve trainingen op de crosstrainer of skikes, een soort langlaufen op wieltjes. Aan haar optreden in Salt Lake City dit weekeinde was het niet te zien. “In de wedstrijd merk ik het niet, maar als je naar de feiten kijkt is het wel zo. In de trainingen zie je dat ik er niet best voor sta.”