“Dit had ik zelf niet zien aankomen”, aldus een opgetogen Van Ruijven. De afgelopen weken schaatste ze niet lekker. Technisch liep het niet. Toch pakte ze vorige week in Montreal al voor de tweede keer in haar loopbaan een klassering in de top acht en nu dus ook een individuele plak. “Het komt wanneer het komt. Als je me dit drie weken geleden had gezegd, had ik gevraagd of je gek was.”

Met een sterke race in de halve finale verzekerde de Nederlands kampioene zich van de strijd om de medailles. “Ik zat na de start een beetje klem met Elise (Europees kampioene Christie, red.). Ik dacht ‘hup erachteraan’. Je weet dat ze heel hard rijdt, als je daarachter zit zit je goed.”

Van Ruijven had zin om te racen. Die finale zorgde voor extra zenuwen, maar ook voor gretigheid. “Gezonde spanning, ik wilde niet teveel aan een medaille denken.” Vanaf de tweede startpositie kwam de 22-jarige Naaldwijkse gelijk in een sandwich met haar concurrentes, waardoor ze snelheid verloor en op de vierde plek terecht kwam.

Wereldkampioene Kexin Fan ging onderuit en nam daarbij de Poolse Natalia Maliszewska mee. Daardoor schoof Van Ruijven automatisch op naar het zilver. “Ik was al een actie aan het opzetten. Ik had het gevoel dat ik veel meer snelheid had. Ze waren naar elkaar aan het kijken, daar had ik mooi van kunnen profiteren. Jammer dat ik dat nu niet kon laten zien”, aldus Van Ruijven. “Ik had echt zin om te racen. Als de helft dan valt is het een anti-climax.”

Toch kon Van Ruijven blij zijn met haar zilveren plak, in tegenstelling tot die andere keer dat ze een wereldbekermedaille won. Toen greep ze met de ploeg goud, na valpartijen en diskwalificaties. Haar finaleplaats was dik verdiend, al voelt het na zo’n rit dubbel. Van Ruijven: “Elise kwam al naar me toe. ‘Dit is ook shorttrack’. Het hoort erbij.” De Britse gleed in Toronto net voor de Nederlandse over de streep.

Na de wedstrijddag was Van Ruijven helemaal gesloopt. ’s Ochtends ging de wekker om kwart over zes, omdat ze eerst nog twee races in de herkansingen moest winnen om überhaupt in actie te kunnen komen in de finalerondes. “Ik ben wel een beetje leeg. Maar zo’n finale is een boost. Dan denk je echt niet meer aan je vermoeide benen.” Helemaal geland is het bij Van Ruijven nog niet. “Een finale en een medaille. Zo normaal is dat niet voor mij.”