Crispijn Ariëns, ploeggenoot van Van Loon bij A-ware/Fonterra, stond met een lach te kijken naar de huldiging. "Ongelooflijk. Nooit op het podium gestaan en dan wint hij gewoon meteen een wedstrijd", dolde de geblesseerde oud-cupwinnaar.

Maar er zat wel waarheid in zijn woorden. Van Loon staat immers vooral te boek als knecht, als de man die te allen tijde zijn ploeggenoten ondersteunt. "Zo ben ik mezelf door de jaren heen ook gaan zien", bekende Van Loon. "Maar dat was vooral omdat ik altijd in die rol heb gereden."

Van binnen voelde Van Loon echter wel dat hij wel degelijk de kwaliteiten bezit om ook wedstrijden te winnen. Niet voor niets gold hij ooit als een van de kroonprinsen uit het peloton. Bij de equipe van Renault reed Van Loon destijds zij aan zij met inmiddels grote namen als Karlo Timmerman en Christijn Groeneveld. "Zij waren de mannen, terwijl ik altijd werd gezien als de knecht. Dat was best wel eens frustrerend. Want ik was zelf ook best een rappe jongen."

Na zijn periode bij Renault raakte Van Loon overtraind, waarna hij onder de hoede van Jeroen de Vries weer langzaam opkrabbelde en uiteindelijk zijn contract bij A-ware/Fonterra verdiende. Om dat te behouden, komt deze zege hem overigens niet slecht uit. "Er is bij de ploeg niet gezegd dat ik weg moet, maar er is ook niet gezegd dat ik mag blijven. Het is een beetje onzeker allemaal. Juist nu is een overwinning voor mij daarom heel welkom."

Niet alleen voor Van Loon zelf, ook voor de ploeg. A-ware/Fonterra werd voorafgaand aan dit seizoen gezien als de grote uitdager, maar die rol werd nooit waargemaakt. Sterker, pas vorige week in Zweden tekende Jouke Hoogeveen voor de eerste zege."En dan nu meteen de tweede er achteraan. Dat is wel heel lekker hoor. Het maakt in ieder geval duidelijk dat we kúnnen ", verzuchtte Van Loon.

De wedstrijd in Thialf, waarbij het peloton dus weer omschakelde van buitenlands natuurijs naar kunstijs, kende wel een opmerkelijk verloop. Al in de eerste helft van de race werd de kopgroep van zeven gevormd, die redelijk snel een ronde voorsprong boekte. Die ontwikkeling verraste, vooral omdat er niemand in zat van de grootmachten BAM en Van Werven. "Ik denk dat die twee ploegen te veel naar elkaar hebben gekeken. Niemand wilde het gat dichtrijden. Dat is ons geluk geweest", dacht Van Loon.

Het zevental had al heel snel driekwart ronde voorsprong. Voor het resterende kwart kwam er hulp van Rob Hadders, ploeggenoot van Van Loon. "Ik zag hem komen en wist dat we het voor elkaar gingen krijgen. Hadders is een man die je gewoon keihard naar de staart van het peloton brengt. Ik hoefde alleen maar in zijn kont te gaan zitten en niet meer loslaten."

De zeven gingen zo rond, waarna de wedstrijd min of meer op slot ging. Van Loon zag dat ook en besefte dat hij het met zijn zes medevluchters zou moeten uitvechten. "Ik wist dat ik in principe de snelste was van de groep, dat dit mijn kans op een overwinning zou zijn. Ik moest dan wel alles bij elkaar houden. Dat en de wetenschap dat ik kon winnen bracht wel veel druk met zich mee. Nu weet ik meteen hoe een kopman zich in zo’n situatie moet voelen."

Van Loon zag vervolgens hoe het peloton de vaart er vol in hield tot er afgesprint moest worden. "Dat was in mijn voordeel. Vervolgens ging ik samen met Mats Stoltenborg mee in de sprint. We waren meteen los." De rest kwam er niet meer bij. In de sprint hield Van Loon vervolgens vrij eenvoudig Stoltenborg achter zich. "Het was niet eens meer een echte sprint, maar ik was er wel onvoorstelbaar blij mee. Dit is voor mij een prachtige beloning na al het werk dat ik al die jaren heb gedaan. En dat voelt goed."