Vorige week greep de ploeg, met Jorien ter Mors, nog nipt naast een finaleplaats. Tegen wereldkampioen Zuid-Korea en Canada ging de leidende positie in de laatste halve ronde van de halve finales verloren. In Sjanghai was het voor Lara van Ruijven, Suzanne Schulting, Rianne de Vries en Van Kerkhof wel raak met het brons. “We hebben onze kans gegrepen. We deden goed mee in de race, het was een spannende rit om te zien.”
Bij de eerste wereldbekers in Canada ontbrak het nog een beetje aan vertrouwen. In Nagoya vielen de puzzelstukjes op zijn plaats. Nederland won daar de B-finale met overmacht, de derde vijfde plaats op rij. “Toen wisten we: we kunnen het. Nu hebben we het ook gedaan en weten we het zeker.”
Het waren de afgelopen wereldbekers wereldkampioen Zuid-Korea, China, Canada en af en toe Rusland die de medailles verdeelden. Van Kerkhof vindt dat oranje bij de beste vier van de wereld gerekend mag worden. “Het is geen garantie dat het iedere keer lukt. We moeten het koppie erbij houden. Maar de andere landen zullen ons na vandaag ook als concurrenten zien.”
Tot nu toe won de Nederlandse ploeg in vier wereldbekers elf medailles. De individuele successen werden door vier verschillende schaatsers geboekt. “Het is niet alleen Sjinkie. Het is niet alleen één talent, maar hard werk. Het betekent dat we goed bezig zijn in de trainingen”, zei Van Kerkhof.
Bij de vrouwen pakte Lara van Ruijven al zilver op de sprint en Schulting dit weekeinde zilver op de 1000 meter. Van Kerkhof staat vaker in de top acht en reed al een finale, maar wacht nog op haar eerste individuele wereldbekersucces. “Fysiek en schaatstechnisch ben ik in orde. Ik moet het ook kunnen, dat komt er echt wel een keer uit.”