Repeated-sprint training in hypoxia. Waar de letters voor staan, is zo op internet gevonden. De betekenis ervan roept direct beelden op van sporters die het einde nabij zijn van de uitputting, die voorovergebogen over afvalbakken alles dat nog in hun maag zat via hun mond weer afvoeren, of die de Mount Everest hebben proberen te bedwingen zonder extra zuurstof. De trainingsvorm waarbij atleten korte, maximale sprints afwerken in een zuurstofarme omgeving, met korte rustpauzes. Het is een methode in de topsport die het lichaam dwingt om efficiënter om te gaan met zuurstofgebrek. En dat zorgt ervoor dat de sporter beter en sneller herstelt, wat de prestaties kan bevorderen.

Dat dus heeft Kerstholt en zijn staf zijn rijders de voorbije periode voorgeschoteld, wanneer er in het thuishonk – Thialf – werd getraind. Niet te vaak, maar als de begeleiding de hoogtekamer in het dagschema had aangekruist, wist iedereen hoe laat het was. “Zwaar!”, zegt een grinnikende Michelle Velzeboer, zodra ze terugdenkt aan de letter benauwde minuten in de hoogtekamer van het Heerenveense ijsstadion – die er ooit op aandringen van oud-bondscoach Jeroen Otter is gekomen. “Vooral omdat we de training dikwijls als toetje kregen na een ijstraining die al het nodige van ons vroeg. Een heel zwaar op de maag liggen toetje, ja.”

Wat het inhield? Zeven keer een sprint van zes seconden op een hometrainer, met een pauze van veertien seconden. “Vier minuten later deden we weer een serie van zeven, en een enkele keer volgde er nog een derde sessie. Echt doorbijten hoor, als extra trainingsprikkel. Ik kan je niet precies vertellen wat trainingstechnisch het effect ervan is, omdat ik me niet zo met dit soort zaken bezighoud. De coaches hebben een plan waar ik op vertrouw. Het is een fysieke oefening, die ons helpt door te blijven gaan als de vermoeidheid toeslaat. Door dat te doen op hoogte (het effect van die kamer waar de lucht weinig zuurstof bevat, red.) wordt het effect groter.”

Xandra Velzeboer en Haralds Silovs
Xandra Velzeboer checkt de cijfers met coach Haralds Silovs. | Foto: Orange Pictures

De korte, felle inspanningen zijn Melle van ’t Wout steeds bevallen, op de eerste kennismaking na, ergens aan het einde van de zomer. “Toen we weer aan de ijstrainingen begonnen, kwam Niels met deze vorm. Die eerste keer herinner ik me goed: ik kwam rennend die kamer uit en ging op de grond liggen uithijgen. Daarna wist ik hoe ik mijn ademhaling wat meer onder controle moest houden en wandelde ik naar buiten. Weet je, het lichaam went vlug aan dit soort dingen. Hoe lang zaten we elke keer nou in die hoogtekamer? Tien minuten, langer was het niet. Superzwaar, dat wel, en ik weet niet hoe de anderen het hebben ervaren, maar ik had er weinig last van. Amper twintig minuten na die training voelde ik er al niets meer van. Ik was bijna vergeten dat we een zware training achter de rug hadden. Al deed het veel pijn aan de benen, ik vond het heel leuk”, zegt Van ’t Wout.

Hij is ervan overtuigd dat zijn favoriete afstand (500 meter) – die hij op deze Spelen in elk geval rijdt – beter is geworden dankzij deze specifieke oefening. Mijn start is erop vooruitgegaan, omdat je op die fiets steeds vol de sprint moet aangaan, zoals we gewend zijn te doen bij de start. Die zeven seconden is ook een half rondje waarin we volle bak rammen. Ik zie het als een ideale methode.”

Bedoeld om de schaatsers in fysieke zin nog beter te bewapenen, zo doceert Kerstholt. “Mentaal is het zwaar, maar niet met de achterliggende gedachte dat de rijders straks op het ijs in het heetst van de strijd ook nog helder kunnen denken en handelen. Als dat het geval is, noem ik dat een aardige bijvangst. Wil je dat effect bereiken, dan moet je deze repeated-sprints op een ijsbaan op hoogte kunnen doen. Zit je echter op een fiets in een kamertje blind te trappen, dan is er alleen sprake van puur een fysieke prikkel”, legt Kerstholt uit.

Vlak voor het Odido NK Shorttrack was de laatste sessie. “We hebben het niet veel in de trainingen gestopt, want dat is te link. Ik merk dat, wanneer we dit soort dingen doen, het pittig is en er hersteltijd nodig is. Dan moet je andere zaken weer opgeven, en wat dan? Volgens mij went een rijder er nooit aan. Ja, van gewenning is misschien sprake in de zin van weten dat het zwaar is, want dat sprinten trekt je hele lijf leeg. Je kunt nooit zo diepgaan met schaatsen. Daarbij moet je op het eind nog coördinatef kunnen bewegen. Als je dan doorgaat, glip je weg. Op een fiets kun je blijven doortrappen. Wat we met de hoogtekamer beogen, is dat er een heel zware zuurstofschuld ontstaat waarop het lichaam zich aanpast. Ik heb het zelf nooit gedaan, want ik ben trainer en kan kijken naar het effect. Of het zo meteen in de wedstrijden tot het gewenste resultaat leidt, weet je nooit exact.”

Kerstholt is er wel van overtuigd dat zijn negental er klaar voor is. Hoe dat met Suzanne Schulting zal zijn, is nog even afwachten. De Friezin, alleen voorzien voor de 1500 meter op shorttrackijs, slit zich halverwege de Spelen pas aan bij de selectie. Ze is wel nieuwsgierig naar de verrichtingen van haar oude teamgenoten: woensdagmorgen kwam ze even langs bij de training.

De zussen Velzeboer en Zoë Deltrap
Kort overleg tussen drie vrouwelijke 'musketiers' van Oranje: Michelle, Zoë en Xandra. | Foto: Orange Pictures