Dat het met zijn snelheid goed zit, bewees Van der Wart afgelopen week in Dresden. Op de 500 meter verbeterde hij zijn eigen Nederlandse record. In die race reed hij het snelste rondje uit zijn carrière: 8,04 seconden. “Dat is lekker hoor. Het ging een soort van makkelijk”, kijkt Van der Wart terug.

Ondanks zijn snelle tijd heeft hij op die race in de halve finales nog wel wat aan te merken. “In de eerste ronde had ik net een missertje, waardoor ik twee meter achter lig. Dan moet ik op kracht rijden en pers ik er een rondje 8,0 en 8,2 uit. Maar daarna mis ik net de kracht om binnendoor of buitenom te steken”, analyseert Van der Wart. Europees kampioen Semen Elistratov won de rit, voor zijn landgenoot Dmitry Migunov. Van der Wart liep de finales mis en eindigde als zesde. Reden voor de shorttracker om kritisch te zijn: “Ik kom te vaak te kort in de halve finales.”

Met de aflossingsploeg schaatst Van der Wart al jaren in de wereldtop mee. De 28-jarige Zoetermeerder won drie Europese titels, een wereldtitel en de wereldbeker. Ook in Dordrecht mikt de ploeg weer op medailles, al tempert Van der Wart de verwachtingen een beetje. “Het is niet zo vanzelfsprekend. Er moet echt nog wat gedaan worden. Dat De Breeuw er niet bij is, maakt het niet makkelijker.”

De ploeg zal dit weekeinde, naast Sjinkie Knegt en Van der Wart, in actie komen met twee jonge jongens. ‘De Breeuw’ oftewel Daan Breeuwsma heeft een punt achter zijn seizoen gezet, omdat hij zich moest laten helpen aan zijn linkerknie. “Daar kun je wel van balen, maar dat heeft helemaal geen zin. Het is zeker jammer, maar het is terecht dat hij zich nu laat opereren. Het is een hele moedige beslissing om dat nu te doen.”

Het gemis van de ervaren Breeuwsma was in Dresden duidelijk te merken. “Er staat een stukje minder kwaliteit op het ijs. De kwaliteit van Daan mis je. Even snel een gaatje dicht rijden, of het verschil maken. Daan kan dat als geen ander”, aldus Van der Wart, die daardoor zelf ook een andere rol krijgt binnen de ploeg. “Het is nieuw voor mij dat ik die dingen er nu bij moet doen.”

In Dordrecht heeft bondscoach Jeroen Otter met Itzhak de Laat (21), Adwin Snellink (22), Dennis Visser (20) en Mark Prinsen (21) de beschikking over vier talentvolle rijders. Snellink en Visser maakten onderdeel uit van de ploeg die in Sotsji Europees kampioen werd. Prinsen pakte vorig jaar WK-brons op de aflossing en De Laat won vorig jaar brons op het EK.

“Die jongens doen het hartstikke goed”, stelt Van der Wart. “Maar ze zijn nog jong en onervaren. Ze moeten leren hun verantwoordelijkheid te nemen. Aanvoelen waar de mogelijkheden liggen in de race. Ze moeten dat gaan zien, gaan voelen. Zonder overmoedig te worden en je hand te overspelen. Dat is het moeilijke aan de relay.”

Dat de ervaren Breeuwsma niet in actie komt is een nadeel, maar heeft ook voordelen. Richting de Olympische Spelen van Pyeongchang in 2018 heeft de ploeg minimaal twee extra topschaatsers nodig op de relay. En de ervaring die je daarvoor nodig hebt, kun je alleen opdoen in wedstrijden. Met het wegvallen van Breeuwsma kunnen meer schaatsers in actie komen op het teamonderdeel.

“Ze hebben die race-ervaring nodig om dingen te gaan zien en te herkennen. Wij hebben dat vijf jaar lang achterin het veld kunnen doen, maar zij moeten gelijk mee in finales en in hun derde relay op het hoogste niveau beslissende acties plaatsen”, vindt Van der Wart. “Dennis schaatst twee keer mee en heeft twee keer goud. Daar heb ik vijf jaar lang relays voor moeten schaatsen.” 

Zijn ambities zijn duidelijk. “Ik wil voor de prijzen rijden”, stelt Van der Wart. “Ik denk ook dat het kan met deze jongens. Het is alleen moeilijker, minder vanzelfsprekend.”