Terwijl hij met broer Jens het bijna wonderlijke verhaal stond te vertellen dat alle ingrediënten bevatte van een sprookje, streelden de vingers van zijn rechterhand onophoudelijk maar onbewust de olympische ringen die als afbeelding op de medailles van de Milanese Spelen staan. Het was alsof de oudste Van ’t Wout wilde blijven voelen dat wat hij anderhalf uur eerder had meegemaakt toch geen uit z’n voegen gegroeide droom was geweest. Langzaam maar zeker drong het besef door dat het onmogelijke realiteit was geworden.
Ja, dat broer Jens zich intussen tot de gouddelver van de familie heeft opgewerkt, is al fantastisch. Maar wie het script had bedacht voor deze woensdag, de dag waarop hij zijn 26e verjaardag mocht vieren, moest helderziend zijn geweest. Hij zilver en Jens brons, na een doldwaze finale waarin drie Nederlanders op de startlijn mochten verschijnen, met twee Canadese toppers: te mooi voor woorden.
“Die heb ik dan ook niet”, merkte Melle in eerste instantie op, toen hij en Jens na een rondgang langs 47 cameraploegen en radiostations eindelijk de Nederlandse pers in het vizier kregen. Die sprakeloosheid moest daaraan te wijten zijn, was de eerste gedachte, maar het duurde geen tel voordat de spraakwaterval-in-stereogeluid losbrak, flink gelardeerd met Engelse zinsneden en termen, zoals we van het duo gewend zijn.
“Het is niet normaal. Toen hij”, en Melle keek opzij naar de lachende en genietende Jens, "al twee keer olympisch kampioen werd, dacht ik steeds What the f*ck! Maar dat ik nu ook een medaille heb… “The first person to beat the two time olympic champion”, gooide Jens er tussendoor. “Ja”, vervolgde Melle, “Jens, jij hebt het zien gebeuren vanaf het ijs.” Jens opnieuw: “Ja, ik moest m’n stem inhouden zodat ik niet ging schreeuwen dat Melle moest gaan. Want ik zag hem van vijf naar plek twee komen, terwijl wij met z’n drieën (Jens, Teun Boer en Steven Dubois, red.) aan het kloten waren. Toen Melle dat sling shot maakte, dat perfect was gedaan, wist ik dat hij op het podium zou belanden. Ik zou hem niet meer kunnen inhalen en William (Dandjinou, red.) struikelde alleen maar door de bochten. Daarom wachtte ik, om zo met Melle samen het podium op te kunnen. Dat was mijn enige doel."
“Ik ben nu veel blijer dan ik was met mijn gouden medailles. Deze race en de uitkomst ervan zijn veel belangrijker voor mij. Waarom? Dat is heel simpel. Hij hier is mijn broer, mijn alles. We hebben zo hard samen hier naartoe gewerkt, en er ondertussen van gedroomd dat het een keer zou lukken samen naar de Spelen te gaan. Vier jaar geleden kon Melle niets meer vanwege zijn rug. Dat ging voorbij, maar daarna kwamen er problemen met zijn knie, toen kon-ie weer niks. Dit seizoen dachten we beiden dat het helemaal over en uit zou zijn. Ja, een beetje leuk mee schaatsen op het NK werd een doel, hoewel hij compleet out of shape was. En wat zie ik vandaag? Dat hij een tiende langzamer rijdt dan ik in de kwartfinale. Dat is echt niet normaal hoor. Ik bedoel, naast William en Dubois ben ik wel degene die het hardst rijdt.”
Het bereiken van de finale op het olympisch toernooi leek al een hoofdprijs voor de twee. “Ja, net zo goed voor Niels”, haakte Melle in, daarbij de bondscoach betrekkend. “Niels heeft alles van het begin tot het eind meegemaakt. Dat begon al toen ik geopereerd werd. Ik krijg geregeld van hem en assistent-coach Haralds Silovs te horen dat ze het niet geloven wat er met mij is gebeurd. Dat ze zo trots zijn op alles wat ik doe, het hele proces, hoe gefocust ik ben. Niels zei voor de rit waarin ik vanaf startplek vijf weer moest vertrekken: ‘Ik weet niet hoe je het zult doen. Ik weet wel dat je het zult doen’. Ongelooflijk. Ja, dat blijf ik herhalen. Het is ongelooflijk. Dat het wéér vanaf vijf lukt, dat vind ik gewoon geweldig.”
Niels Kerstholt woedend over 'bowlingbal' Dandjinou
Niels Kerstholt houdt het na de ontroerende ‘samenzang’ van de broers Van ’t Wout netjes. Toch zou de bondscoach van de shorttrackers de Canadees William Dandjinou graag een draai om zijn oren geven wegens een heel onbesuisde actie waarmee hij ‘net zo gemakkelijk het been van Teun Boer heeft kunnen breken’.
Het lijkt goed te zijn afgelopen, meldt Kerstholt tussen de regels van zijn betoog door, waarbij zijn ogen vuur spuwen. “Wat Dandjinou heeft gedaan, vind ik echt niet kunnen. Een onverantwoorde actie. Hij is altijd degene die het over respect heeft voor de sport en de atleten. Als je hem dan dit ziet flikken in de olympische finale – Teun Boer had voor de rest van het toernooi geblesseerd kunnen zijn, misschien zelfs zijn been kunnen breken – heb je mij écht pissed”, ratelt Kerstholt zichtbaar geïrriteerd.
Hij noemt het een ‘bowlingbal’ zoals de lange Canadees in kansloze positie heeft geprobeerd nog iets recht te zetten. “Hij wil, duidelijk achter hem rijdend, dwars door Teun heen. Niet normaal. Ik snap dat je in het heetst van de strijd zit, dat je de race wilt winnen, maar dit voelt niet eerlijk. Dit gedrag kost Jens bovendien de gouden medaille. Waarom, gast!? Waarom?
“Ik ben superblij voor Jens, en trots. Teun rijdt de ritten van zijn leven, die schiet overal binnendoor. Melle doet het, Dubois is de beste, maar ja, de Canadezen winnen alleen als er dit soort bowlingacties gebeurt. Wat als er niets aan de hand is? Dan had het zomaar goud, zilver en brons kunnen zijn.”