Na het olympisch seizoen blesseerde Van Beek zich aan haar knie tijdens een wintersport. Er volgde een operatie en daarna een lange revalidatie. Pas in de loop van vorig jaar keerde ze terug op het ijs, maar volledig hersteld was ze nog niet.

Het begin van de trainingszomer was bijzonder positief, vertelt ze bij de perspresentatie van Team Corendon. “Fysiek was ik alweer in orde. Mijn knie was goed in balans, het verschil tussen links en rechts was weg. Vorig seizoen raakte in conditioneel nog achterop, maar ik heb wel veel gefietst en aan het begin van deze zomer reed ik mijn beste fietstest ooit.”

Die lijn zette ze in de zomer door, al is ze nog niet helemaal terug op haar oude niveau, denkt ze. “Ik ben qua kracht nog altijd opbouwend bezig”, zegt ze. “Je wil natuurlijk dat het altijd sneller gaat, maar ik ken mijn lichaam en sneller kan het niet.”

Dat beetje kracht komt Van Beek wellicht in de trainingswedstrijden nog wat tekort. “Ik begon heel moeizaam, al gaat het nu steeds beter. Ik heb steeds minder verval, goede rondjes en ook technisch loopt het goed. Alleen de start nog.”

Het is voor Van Beek niets nieuws dat de voorbereidingswedstrijden stroef lopen. Zelfs in haar succesvolste seizoen, 2013/2014, liep het niet in de trainingswedstrijden. Nu rijdt ze zelfs harder. “Toen reed ik in trainingswedstrijden 2.03 op de 1500 meter en op de NK Afstanden ineens 1.57”, zegt ze. “Ik ben nooit kampioen van het voorseizoen geweest.”

En dus durft Van Beek met best wat vertrouwen naar de winter. “Ik weet dat ik toch wat meer kan als het erom gaat.”