De dag na de WK Afstanden viel Oenema thuis met haar telefoon en een boek in de handen van de trap. Ze liep geen ernstige blessure op. “Ik had er wel een week lang last van”, vertelde ze. “Ik liep niet lekker, maar ik kon nog wel trainen.”
“Mijn hele lichaam kreeg er een klap van. Daarna werd ik nog verkouden en kreeg ik keelpijn”, zei ze. “Op de zaterdag van de WK Afstanden had ik nog heel veel power en 24 uur later was het weg.” Ondanks dat wilde Oenema zich niet achter die tegenslagen verschuilen.
“Het zijn geen excuses. Ik wilde gewoon hard schaatsen, maar ik had vandaag geen power. Het was heel snel op. Bij het NK Sprint en de WK Afstanden kon ik bij elke slag door versnellen, maar nu was het op de 500 meter al na 300 meter op. En op de 1000 meter was het kijken waar het schip zou stranden en dat was nogal vroeg.”
Wat er in een nacht nog te verbeteren valt, weet Oenema niet. “Ik hoop dat ik morgen goed door kom en niet instort”, zei ze. “Ik had harder gewild en ik weet dat ik dat kan, maar ik deed het niet.”
Ze laat zich door de tegenslag en de teleurstelling van de eerste WK-dag niet uit het veld slaan. Dat is de les die ze geleerd heeft na vorig seizoen waarin ze met een melanoom te kampen kreeg en de Spelen misliep. “Je hebt niet altijd alles in de hand. Ik baal natuurlijk als een stekker, maar ik ga niet bij de pakken neerzitten”, besloot ze.