Na de rit van zaterdag had Leenstra met haar coach Jan van Veen overleg om te kijken wat de lessen waren uit haar tegenvallende 1000 meter. “Toen merkte ik al dat ik toch graag het nog een keer wilde proberen, voor het goede gevoel.”
Dat pakte goed uit. Het was een geslaagde tweede generale repetitie. “Ja. Ik was vooral erg blij met mijn opening in de eerste ronde. De rest kan nog wat beter.”
Die verbeterpunten zijn in ieder geval een stuk overzichtelijker dan het gevoel dat ze aan haar zaterdagse race over had gehouden. “Na zo’n race blijf je zoeken en na vandaag heb ik daar een idee over, wat er nog moet gebeuren.”
Bovendien is het gat met de concurrentie een hele hap kleiner. “Vanuit een tijd van 1.16 denk je toch eigenlijk dat het niet mogelijk is om nog mee te doen, maar dat is vanuit een tijd als vandaag in de 1.15 wel zo.”
Leenstra beklaagde zich over de planning van de World Cup, zo vlak voor de WK Afstanden. “Je ziet het ook aan de afmeldingen vandaag. Ze hadden de World Cup en WK beter om kunnen draaien of in ieder geval de sprinters niet vier afstanden moeten laten rijden”, zei ze.
Tegelijkertijd werkte de wonderlijke planning van de ISU op zondag in haar voordeel, want daardoor kon ze op de 1000 meter op herhaling. “Voor mij was het wel lekker, ja”, gaf ze toe.
Met haar optreden van zondag is ze nog niet WK-klaar. “Volgende week moet het nog een stuk harder, maar het gaat de goede kant op”, concludeerde ze.
En dan is alles mogelijk. De Friezin gaat volgende week in Thialf voor goud. “Als je niet gelooft dat je kan winnen, moet je niet eens aan de start verschijnen”, zei ze vol bravoure.
Ondertussen erkende ze wel dat een medaille al een hele prestatie zou zijn. “Ik heb nog nooit een individuele medaille bij de WK gewonnen. Dus daar zou ik ook heel blij mee zijn, maar je moet de eerste plek nooit van tevoren opgeven.”