Geen wonder dat de lach van Casper de Gier niet van zijn gezicht te krijgen was. Maandenland moest hij zich druk maken om blessureleed en nu was er ineens die luxe van twee opeenvolgende overwinningen. ’’Ik denk dat ik nu die periode waarin ik heb getobt met een flinke rugblessure definitief kan afsluiten’’, sprak de 20-jarige rijder met een lach.
De lage hernia die hem pijnigde is vergeten, net als de lange weg van het herstel. ’’Dit heb ik ook nog nooit meegemaakt’’, zei De Gier glunderend. ’’Ja, in de jeugd won ik ooit eens twee wedstrijdjes achter elkaar, maar dit is toch iets heel anders.’’ Het doet hem goed. ’’Absoluut. Hier krijg ik vertrouwen van. En nog veel meer plezier dan ik toch al heb.’’
De Gier pakte het op het mooie rondje in Staphorst ook goed aan. Slim vooral. Hij maakte handig gebruik van de leidersprijs en de gretigheid van zijn rivalen om die in de wacht te slepen. ’’Mijn concurrenten sprintten bijna elke ronde voor die leidersprijs. Voor mij een mooie reden om geen kopwerk te doen. ’Ik doe niet mee voor die leidersprijs, dat moeten jullie uitvechten’, zei ik. Maar elke ronde sprinten is natuurlijk hartstikke vermoeiend. Dat pakte goed uit.’’
Met twee koplopers in koers en de rest van he peloton een beetje afgedraaid, waagde De Gier de sprong. Hij voegde zich bij Daan Besteman en Jasper Coster. ’’Ook Aleid Klompmaker kwam er daarna bij en die reed meteen hard door op kop. Dat kwam mij prima uit.’’ Maar het was zijn medevluchters niet ontgaan dat De Gier nog weinig had gedaan. In de laatste ronden was het daarom zijn beurt. ’’Ik heb inderdaad kopwerk gedaan, maar wel gezorgd dat ik nog iets over had voor de finale.’’
Dat deed hij goed. In de finale bleef De Gier alleen over met Besteman en Klompmaker, waarbij de laatste de prijs voor zijn inspanningen moest betalen. Hij haakte al vroeg in de sprint af, zag ook De Gier. ’’Daarna moest ik alleen afrekenen met Daan Besteman en dat ging prima. Eigenlijk was die sprint het makkelijkste deel van de wedstrijd’’, bekende De Gier.
Waar hij de kracht vandaan haalt om nu zo zijn stempel op wedstrijden te drukken, dat weet de rijder van Free-Wheel eigenlijk wel. ’’Ik merk dat ik na die blessure nog elke week een stapje erbij kan doen, steeds sterker wordt. En ik ben natuurlijk nog gretig en fris.’’ Die gretigheid lijkt hij merken ook. ’’Vooraf aan de wedstrijd in Achterveld zei ik dat ik wilde winnen. Dat gevoel had ik vandaag ook. Het zou mooi zijn als ik hieraan een vervolg kan geven in Waarland en bij de finale in ’t Harde. Maar de Europacup in Oostende, dat is mijn grootste doel voor dit jaar.’’