Jouke Hoogeveen besefte dat maar al te goed. De Amsterdammer uit Friesland is steevast een naam die opduikt als de afstanden langer worden. Hoogeveen is ook weer één van de favorieten voor de race over 200 kilometer. Maar zelf is hij inmiddels wat minder optimistisch. ’’Zwaar teleurgesteld met het vooruitzicht van 200 kilometer dooikoers’’, liet de rijder van De Haan Westerhoff weten. ’’Voor niets zo’n dikke baard gekweekt’’, voegde hij er nog aan toe.
Wat is er aan de hand op de Weissensee? Eigenlijk hetzelfde als in Nederland. De vorst heeft in een etmaal tijd plaatsgemaakt voor een vroeg voorjaar. De thermometer liep dinsdag in Techendorf op naar tien graden. Het zonnetje deed vervolgens de rest, en wat resteerde, was een slap, loodzwaar laagje ijs. En op woensdag, de wedstrijddag, worden nog hogere temperaturen verwacht.
Da’s een fikse streep door de rekening van Hoogeveen, die natuurlijk niet kansloos is, maar wel weet dat zijn missie een stukje moeilijker wordt. ‘De Lange Adem’ stemde namelijk zijn hele seizoen af op het buitenlands natuurijs. ’’Dit jaar nog meer dan andere jaren’’, vindt hij. ’’Nu hebben we er met ploeg echt de focus op gelegd, en ik persoonlijk ook, Meer lange ritten, minder kort werk. Deze ploeg is er eigenlijk ook een beetje op samengesteld. Dit is de periode waarin we goed willen zijn. Dat bleek in het NK, waarin we met vier man bij de eerste vijftien zaten. Op 200 verwacht ik dat het een stukje beter gaat. Er mag niks misgaan, maar er kan natuurlijk altijd wat misgaan.’’
Hoogeveen hoorde al de vergelijking met een slushpuppy. Da’s niet eens een probleem, vindt hij zelf. ’’Ik heb al eens een slushpuppykoers gewonnen, denk zelf dat het in mijn voordeel is. Ik weeg maar 72 kilo, terwijl een paar concurrenten echt boven de tachtig zitten. Duidelijk wel dat het dan natuurlijk een heel zware koers wordt."
Dat er op natuurijs altijd naar Hoogeveen wordt gekeken, daar heeft hij geen moeite mee. ’’Ik kan er mee omgaan. Alleen houd ik er niet van als er een hele wedstrijd mensen achter me zitten die zelf niet meekoersen. Vind ik niet zo sportief, en het is zelfs tegen m’n principes. Ik zou dat nooit zo doen. Je moet er samen een mooie koers van maken, strijden tegen de elementen en hopen dat de sterkste overblijft.’’
Over de KPN Grand Prix, waarvoor de Alternatieve de eerste wedstrijd is, maakt Hoogeveen zich niet druk. ’’Als ik goed uitslagen rijd, komt dat vanzelf wel. Ik vind het alleen jammer dat de finale niet in Finland is. Nu gaat daar niemand heen. Mogen ze wat mij betreft volgend jaar graag wel doen.’’
Erwin Mesu is die andere troef van De Haan Westerhoff, waarmee het team dus twee favorieten in één pak heeft. De Zeeuw is de titelverdediger, en dan wil hij weten ook. De eerste gang op de Weissensee was dit jaar die naar het bord met winnaars van de Alternatieve. ’’Eerst even een foto maken. Ja, m’n naam staat er goed op. Ben ik trots op. Dat iets dat blijft staan, dit jaar komt er weer een andere winnaar.’’ Hij corrigeert zichzelf meteen. ’’Nou ja, statistisch gezien dan. Er heeft nog nooit een man twee keer op rij gewonnen. Ga ik natuurlijk wel m’n best voor doen. ‘’
Zijn zege heeft hem niet alleen een plek opgeleverd in de ploeg van De Haan Westerhoff, maar ook een andere status in het peloton. ’’Dat heb ik al gemerkt. Zaterdag waren de grote jongens toch wat sneller geneigd aan te zetten als ze mij zagen gaan dan vorig jaar het geval was. Da’s alleen maar mooi, want het is ook bevestiging.’’
Meer nog dan vorig jaar richt Erwin Mesu zich op het buitenlandse natuurijs. ’’Ik wil laten zien hoe goed ik ben. Dat kan absoluut beter op natuurijs dan op kunstijs. Bovendien heb ik vorig jaar ook gemerkt wat natuurijs allemaal losmaakt. Waarom zou ik dan nog proberen goed te zijn op kunstijs. Het gaat mij echt om vijf wedstrijden: drie hier, twee in Zweden.’’
Zijn ploeg lijkt in ieder geval een dubbele kans op succes te hebben, met Hoogeveen en Mesu. ’’Wij koersen op een totaal verschillende manier. Jouke wat afwachtend, ik wat sneller voorin. Daarmee vullen we elkaar perfect aan. Als we allebei onze eigen koers maken, zien we in de finale wel hoe het uitkomt. En heel eerlijk: ik gun Jouke die 200 net zo veel als ik het mezelf gun.’’