Hij heeft zichzelf een tijdelijk, zeer kostbaar cadeau geschonken. Dat mag wel, na zulke enerverende dagen op de ijsbaan en in het atletendorp. Niels Kerstholt is voor de zoveelste keer voor de verzamelde Nederlandse pers gaan staan, maar niet eerder met een originele, olympisch gouden plak. “Ik wilde het ook even voelen hoe dat is. Jens van ’t Wout vond het goed dat ik ’m nu om m’n nek heb hangen.” De ‘aap met zeven lullen’, zoals hij zichzelf verderop in de nabeschouwing zal omschrijven. Precies, dat.
Bij hem weet je dat de geschiedenis erbij wordt gehaald. Want het missen van goud, van elke mogelijke medaille zelfs, op de Winterspelen van Sochi heeft een krater geslagen in de ziel van de vier acteurs in die periode (2014). Kerstholt vertelt erover omdat hij een link ziet met de tijd van nu. “Goud op de mannen relay, dat is de top. Die vrouwen hebben al goud gewonnen vier jaar geleden, de mannen steeds niet. Maar elke keer voelen ze dat het kan, dat ze het kunnen. Alleen, shit, net niet. Weer net niet. Nu wisten we dat we het moesten uitspelen, cool blijven en vertrouwen op onszelf. Plus: we hebben geleerd van de fouten die hiervoor gebeurden…”
’t Is kernachtig neergezet wat deze droom zo groots en belangrijk heeft gemaakt in de beleving van een groep sportmensen en hun begeleiding. “Perfectie. Dit was perfectie, uitspelen van A tot Z. Het is niet makkelijk. Allemaal laten ze ergens steken vallen, de tegenstanders, maar wij ook. Per relay worden er dertig, veertig fouten, kleine foutjes gemaakt door elk team. Wij zijn bezig geweest, in de besprekingen maar ook op de traingen dat aantal terug te brengen tot onder de tien. Nul is onmogelijk, dat gebeurt echt niet, maar met deze uitvoering van een relay zijn we er dichtbij gekomen. Als ze zo slim rijden, maakt me dat zó trots”, zegt de Utrechter.
De cirkel is rond voor hem. “Niet alleen voor mij, ook voor Daan Breeuwsma, Sjinkie Knegt en Freek van der Wart en voor alle mensen die er reeds jaren aan hebben gewerkt om die mannen op het podium te krijgen. Hoe maak je er nou het beste van met elkaar? Weet je, het is zo mooi voor het team dat dit een teammedaille is. Niet alleen van de vijf die op het ijs stonden, ook van Daan Kos, Kay Huisman, Bram Steenaart, Sven Roes en Sjinkie Knegt. Die hebben allemaal meegedaan en scherpte gebracht op de trainingen. De olympische titel is een enorme kers op de taart.”
Euforie leidt snel tot bravoure. Dat de shorttrackers een paar plakken zouden meenemen uit Milaan, is geen hogere wiskunde. Zeven zijn het er geworden, een waanzinnig aantal. “Ik zou kunnen beweren: er zat meer in, want we waren ervan overtuigd dat dat ook kon. Je weet tegelijkertijd hoe het een andere kant kan opvallen. De rijders waren nu fysiek goed. We waren een hecht team, technisch goed en in tactisch opzicht viel er een aantal dingen in elkaar. Is dat het geval, dan kan de oogst plotseling een keer negen uit negen gouden plakken zijn. Het heeft erin gezeten op deze Spelen, en dan kun je de wereld verslaan.”
Kerstholt heeft de deur van de kleedkamer tijdelijk dichtgeslagen en biedt hem de gelegenheid de vermoeidheid toe te laten. “Ik zit ook vol met adrenaline, maar ben ook zo opgedraaid. Ik stond bijna te tollen op m’n benen daar straks. Haralds Silovs zie me dat hij dacht dat hij zou omvallen tijdens de relay. Ik herkende dat van de eerste medaille die Jens binnenhaalde. Het was zo overweldigend.”
Hij vergeet niet zijn ‘omstanders’ te bedanken. “Zonder de complete staf zou ik het niet hebben gekund, evenmin zonder de steun van de sponsoren en de begeleiding van de KNSB en NOC*NSF. Allemaal super getalenteerde mensen. Als je een heleboel poppetjes hebt die alle in hun eigen taak erg uitblinken, dan heb je een geheel. Dat zijn wij, met elkaar. En nu is het af. Dankzij de successen van de Spelen.”
Nog een extra meevaller is Suzanne Schulting. Ze heeft niet buitenaards gepresteerd; ze wekt zeker de indruk dat ze shorttrack weer meer wil omarmen, zonder de langebaan te laten schieten. Het WK in Noord-Amerika ziet ze erg zitten. “We moeten het er na de Spelen eens over hebben”, zo weert Kerstholt de vragen af. “Je ziet dat ze weer plezier heeft in haar sport, dat ze fysiek sterk is, alweer door de pack kan bewegen. Helaas heeft ze nog niet zoveel geduelleerd. Ze ruikt dat ze het nog kan, er moet alleen wat meer efficiëntie bij. En wat makkelijker kunnen inhalen, dan komt het wel.”