Tim Prins is blij dat hij na de anderhalf uur durende teampresentatie van Reggeborgh op donderdagavond de benen kan strekken. “Tijdens zo’n presentatie dwalen je gedachten toch af naar morgen, als je zonder stijve benen fris op het ijs wilt staan.” Prins heeft namelijk plannen dit jaar: zijn persoonlijke records (in Thialf) verbreken, structureel op het podium van de World Cups eindigen en zich kwalificeren voor het WK Afstanden, om daar vervolgens goed te presteren.

Kortom: de 23-jarige schaatser heeft zin om zijn benen te laten spreken, nadat hij aan het begin van dit jaar vooral in de schijnwerpers stond wegens zaken die zich buiten de ijsbaan afspeelden. De selectiecommissie had besloten het laatste olympische ticket voor de ploegenachtervolging aan Marcel Bosker toe te wijzen, ten koste van Prins.

Dat had veel impact op de Fries. “Bij mij ging het kaarsje uit na het OKT, terwijl de rest is gaan shinen. Ik voelde me geen onderdeel meer van de topschaatsers in Nederland. Ik was veel in het nieuws door die klotenmatrix en ruzie met de KNSB. Alles wat om mij heen speelde was negatief. Ik ben een paar maanden het plezier kwijt geweest”, blikt Prins terug.

Alles loslaten
In april sloot hij de periode van woede en verdriet af. Hij pakte zijn biezen en vertrok met Jenning de Boo en twee andere vrienden naar Kaapstad. “Twee weken lang heb ik geen seconde aan schaatsen gedacht. We hebben alleen maar leuke dingen gedaan. Elke avond bezochten we een ander barretje, waar ook veel Nederlandse studenten waren. Overdag gingen we naar het strand of op safari.”

Het topsportstramien liet Prins helemaal los. “Ik had in Kaapstad echt even genoten van het leven. Toen ik in mei de trainingen weer oppakte, was ik dramatisch. Ik was wat kilo’s aangekomen, mijn conditie was slecht. Op trainingskamp werd ik aan alle kanten voorbij gereden. Voorheen deed ik over een van de klimmen op Mallorca een uur, in de zomer had ik daar een uur en twintig minuten voor nodig. Daar haal je geen motivatie uit. Op zo’n moment vraag je je af hoe het goed moet komen en hoe je de lol hervindt.”

Het antwoord was in kleine stapjes opbouwen. Waar Prins eerst moeite had om zijn ploeggenoten op de fiets bij te houden, zorgde hij er al snel zelf voor dat het tempo tijdens de trainingen omhoogging. “Dan durf je weer te denken aan beter; beter dan ooit. Dat is voor mij nu het doel. Drie jaar geleden kwam ik binnen met een knaller (Prins won uit het niets de 1000 meter op het eerste kwalificatietoernooi, red), maar de progressie gaat me niet snel genoeg. Ik mis de aansluiting met de jongens die hetzelfde niveau hadden en wel zijn doorgebroken.”

Jenning de Boo en Tim Prins
Drie jaar geleden stormden twee jonkies van Reggeborgh ineens Thialf binnen: Jenning de Boo en Tim Prins. | Foto: Soenar Chamid

Om dat te bereiken, heeft Prins de afgelopen twee maanden ‘harder dan ooit getraind’. Een van de conclusies die hij na afgelopen winter trok, was dat hij op de belangrijke momenten niet kon pieken. “Mijn fysieke capaciteit wordt niet beter gedurende een seizoen, het neemt zelfs af.”

“Mijn kwaliteit is dat ik van nature flink diep kan gaan. Dat kost me ook ontzettend veel energie. Wedstrijden plegen roofbouw op mijn conditie. Daartegenover moet ik zorgen voor een goed herstel door rustig te fietsen en minder intensieve trainingen te doen. Zo hoop ik op de belangrijke momenten een enorme piek te creëren. Het is lang geleden dat ik een WK gereden heb. Dat zijn toch de toernooien waar je het voor doet. Eigenlijk is dat het doel voor dit jaar: genieten van de topwedstrijden.”

Balans tussen maniakaal en relaxed

Bij het EK Afstanden begin januari, dat Prins als doekje voor het bloeden mocht rijden, noemde hij zijn levensstijl maniakaal. “Ik ben heel extreem in mijn sportbeleving, wat ook betekent dat ik het lastig vind te ontladen. Alleen tijdens vakanties kan ik me echt afsluiten van de sport. De overige 49 à 50 weken ben ik altijd met schaatsen bezig, op een manier die een beetje maniakaal is. Dat brengt me veel, maar nu zie ik ook de andere kant”, zei hij destijds. Daardoor kwam de klap van de Spelen extra hard aan.

Heeft hij iets veranderd aan die mindset? “Mijn doelen heb ik absoluut niet lager gesteld, maar ik ben misschien wel iets liever. Andere jaren moest ik altijd presteren van mezelf. In trainingen wilde ik bepaalde rondes klokken of op trainingswedstrijden moest ik bepaalde tijden rijden, anders was ik niet in vorm. Daar kan ik nu luchtiger mee omgaan. Ik vertrouw erop dat ik er sta op de momenten dat het echt moet."

Tim Prins
De juiste balans tussen focus en ontspanning; een continue zoektocht voor een sporter. | Foto: Neeke Smit