Ingmar Berga sloot het seizoen acht maanden geleden af in een achtbaan van emoties. Niet mogen starten in de finale waarin hij de eindzege in de KPN Marathon Cup kon veiligstellen, was een diepe belediging voor de Drent. Maar de plooien zijn gladgestreken. Ingmar Berga kijkt alleen nog vooruit, naar dit nieuwe seizoen.
Het was afgelopen zaterdag even vreemd om Ingmar Berga te zien in een ander pak, met zijn ploeggenoten van Okay Fashion & Jeans. Het is een nieuw team voor de 32-jarige Berga, het zesde pas in zijn lange loopbaan. Berga is best honkvast, maar deze stap moest hij maken, na de conclusies die hij vorige winter trok.
“Ik merkte dat mijn motivatie minder werd omdat we vaak maar met twee of drie man van ons team in de rondte reden’’, bekent Berga over zijn laatste seizoen onder de vleugels van Jillert Anema bij team A-ware/Fonterra. Hij had, vervolgt hij, een beetje genoeg van al die uitstapjes naar de langebaan. “Daarom heb ik nu gekozen voor een ploeg die volledig voor de marathon gaat, altijd met een voltallige ploeg aan de start staat, en waar iedereen gewoon alles voor elkaar over heeft.’’
Een verademing, stelt Berga onomwonden. “Ik had geen zin meer in dat hele langebaangedoe tussendoor. Mensen die de marathon laten schieten voor langebaanwedstrijden, daar had ik op een gegeven moment weinig meer mee. Ik snap die jongens wel hoor. Als je het goed doet, is de langebaan hartstikke mooi. Maar voor mij is het alleen mooi als ik top drie kan rijden in Nederland. Dan doe je internationaal ook mee. Naar een World Cup gaan voor maximaal een tiende plek, daar haal ik persoonlijk geen voldoening uit. En het gat is dan ook nog eens zo groot dat je dat niet eens met een gelukje kunt dichten. Dit is bovendien een pré-olympisch seizoen. Dan weet je dat de langebaan in het team van Anema nog zwaarder gaat wegen.’’
Jillert Anema. Het is de man die Berga op zijn ziel trapte door hem in de allerlaatste wedstrijd niet op te stellen. Wat voor de schaatser uit Hoogeveen een hoogtepunt in zijn loopbaan moest worden, eindigde in een deceptie. Berga grinnikt. Zijn naam staat in de boeken, en hij heeft het een plek gegeven, zegt hij. “Voor mij is het klaar. Als ik Anema zie, dan praat ik gewoon met hem. Ja, ik kan zulke dingen best snel een plek geven. Het heeft weinig zin er in te blijven hangen, dan maak je het jezelf ook lastig. Het is een kleine wereld, je komt elkaar altijd weer tegen. Soms gebeuren er gewoon dingen die wat minder leuk zijn. Dat hoort er ook bij. Het is niet altijd feest.’’
Nu probeert hij onder de vleugels van Pascal Vergeer een nieuwe stap te zetten. Met mannen als Frank Vreugdenhil, Crispijn Ariëns en Marcel van Ham in de ploeg is Berga dik tevreden. “In het begin was het even wennen. Nieuwe coach, nieuwe ploeg. Maar het is goed. We hebben een goede zomer gedraaid en op skates zijn we aardig succesvol geweest. Dat is een prima basis.’’
Met dat team begint hij aan zijn dertiende seizoen op het hoogste niveau. Berga schiet in de lach. “Als je het zo zegt, word ik al één van de oudste in het peloton. Oké, ik ben niet meer zo jong, maar ik voel dat nog helemaal niet. Goed, vroeger kon ik een keertje een training overslaan. Nu niet meer. Ik moet zuinig zijn op mijn lijf. Vorig seizoen heb ik best veel rugproblemen gehad, dat sluipt er door de jaren toch in. Wil ik dit seizoen proberen te voorkomen.’’
Maar met het klimmen van de jaren is zijn passie voor de sport nooit afgenomen. Sterker, misschien is Berga alleen maar meer van de marathon gaan houden. Hij geniet nog altijd intens van die wekelijkse zoektocht naar de sterkste man.
“Dat”, zegt Ingmar Berga, “is het mooiste van marathonschaatsen. Die ene wedstrijd waarin je voelt dat je sterker bent dan de rest. Als je pijn hebt, maar weet dat je de anderen nog veel meer pijn doet. Dat je ze sloopt. Dat is veruit het mooiste. Daar kan ik echt genieten. Zijn ook de mooiste overwinningen.” Het is een niet te blussen liefde voor de sport, die nooit verveelt. “Dat hele spelletje er omheen is geweldig. Tactiek, finale rijden, positie zoeken. Marathonschaatsen heeft alles.”
Hij is een echte marathonschaatser, stelt Berga ronduit. “Absoluut. Eigenlijk heb ik daar vanuit de jeugd al voor gekozen. Die langebaan heb ik gedaan omdat het vanuit de ploeg van mij werd verwacht, niet omdat ik het leuk vond. Op de marathon weet ik precies wat ik kan, weer ik waar mijn kracht ligt. Sinds mijn eerste jaar in 2004 heb ik in het klassement van de Cup vrijwel altijd top tien gereden, met in veel seizoenen tien of meer podiumplekken. Dat zegt wel wat.”
Het oranje pak, daar zal Berga niet zo snel weer zijn vingers aan branden. Ja, als hij met nog twee of drie wedstrijden te gaan nog kansrijk is. “In dat oranje pak ben je alleen maar tactisch aan het rijden en dat maakt het extra zwaar.’’ Dagzeges, die vindt de Drent veel interessanter. “Zo veel mogelijk winnen, daar gaat het om.”
Ook op natuurijs, en dat is in het geval van Berga toch verrassend. Natuurlijk, hij won bijna drie jaar geleden het ONK op de Weissensee, maar in Zweden hebben ze Berga bijvoorbeeld al jaren niet gezien. Daar was Jillert Anema geen fan van. “De laatste keer was dat ik voor DSB reed, klopt. Maar nu ben ik weer overal bij, en honderd kilometer ligt me goed. Wie weet wat er mogelijk is.”