De maand begon met het KPN NK Shorttrack in Amsterdam. Door de afwezigheid van de zieke Sjinkie Knegt en ook het latere afhaken van Daan Breeuwsma had het toernooi voor sommigen misschien iets minder aanzien, maar daar hadden Freek van der Wart en Jorien ter Mors geen boodschap aan. Zij eisten de nationale titel voor zich op.

Leuk natuurlijk, zo'n nationale titel. Maar voor Ter Mors stond er meer op het spel. Ze hoopte in Amsterdam de selectiecommissie van de KNSB te overtuigen om via een aanwijsplek mee te mogen naar het WK in Seoul. Een maand later bleek dat een reis naar Zuid-Korea haar niet was gegeven, maar daarover lezen we meer in de terugblik op februari.

Een week later stond er in het Wit-Russische Minsk het volgende grote toernooi op de planning: het ISU EK Allround. De grote blikvanger? Sven Kramer. Zeven Europese titels op zak of niet, de Fries was onverminderd hongerig naar zijn achtste. Genieten van zijn nieuwe allroundtitel was er echter niet bij. "Ik ben niet zo van het terugkijken", stelde Kramer droogjes.

Wat we ook niet onbenoemd mogen laten: het brons van Jan Blokhuijsen. Hij won het toernooi in 2014, maar zal misschien wel net zo blij zijn geweest met deze derde plaats. Voor de Groninger betekende het een bevestiging dat hij de goede weg had ingeslagen na een roerige periode.

Bij de vrouwen was het toernooi voor Ireen Wüst eigenlijk eveneens een meetmoment nadat ze een valse start van het seizoen kenden. "Voor nu moet ik hier tevreden mee zijn", sprak ze uiteindelijk na haar zilveren plak. De winst moest ze aan Martina Sablikova laten. Antoinette de Jong greep het brons in Minsk.

Na het toernooi was het de vraag of Kramer en Sablikova de boeken in zouden gaan als laatste winnaars van het EK met een vijf en een tien kilometer op het programma.

Wat in ieder geval wél de boeken in ging: dinsdagavond 19 januari. Het was de avond waarop dankzij de winterse temperateren de eerste marathon op natuurijs werd gehouden. Haaksbergen won de strijd en maakte zich op voor een gekkenhuis.

En een gekkenhuis, dat werd het. Het publiek stroomde massaal toe, net als de media. Er heerste een 'ouderwets' sfeertje en Irene Schouten en Gary Hekman bleken daarin uiteindelijk het best te gedijen. Ze wonnen de prestigieuze wedstrijd bij respectievelijk de damens en de heren.

Opvallende deelnemer in Haaksbergen was Bart Swings. De Belg stapte een voor hem nieuwe wereld binnen en viel van de ene verbazing in de andere. De sfeer, de enorme drukte, het ijs: het was allemaal nieuw voor hem. "Ik had nog nooit op ijs gereden dat niet door een machine was gemaakt", liet hij na de wedstrijd weten. Of hij er door van slag raakte? Nee. Swings eindigde op een keurige derde plaats.

Drie dagen later konden de schaatsliefhebbers hun hart alwéér ophalen. In Thialf werd het KPN NK Allround en Sprint gehouden, terwijl de shorttrackers in Sotsji streden om de Europese titel.

In Thialf stonden het allround- en sprinttoernooi ook in het teken van internationale belangen. Er waren op het Heerenveense ijs immers startbewijzen voor het WK Sprint, de World Cup in Stavanger en indirect ook het WK Allround te verdienen.

Het publiek zag met name op het sprinttoernooi een nieuwe generatie aan het werk. De titels gingen niet naar gevestigde namen, maar naar de jonge honden Kai Verbij (21) en Sanneke de Neeling (19). Vooral voor laatstgenoemde betekende haar winst een verrassing, want: "Ik ben vooral een 1000 en 1500-metermens en wil ook eigenlijk de 3000 meter erbij."

Bij de allrounders was er bij zowel de heren als dames sprake van een wederopstanding. Blokhuijsen won het toernooi bij de mannen en zette daarmee opnieuw zijn stijgende lijn voort. Antoinette de Jong, die bij de vrouwen de sterkste was, zag eveneens een groot contrast met het NK van een jaar eerder. "Toen zat ik thuis te huilen en nu heb ik tranen van blijdschap", was haar veelzeggende commentaar.

Ondertussen diende ook in Sotsji een nieuwe generatie zich aan. Niet Sjinkie Knegt of Jorien ter Mors, maar Suzanne Schulting pakte Nederlands' enige eremetaal. Ze veroverde brons en was heel dicht bij het zilver. Aan Schulting, die ook op de langebaan uitstekend uit de voeten kan, gaan we waarschijnlijk nog veel plezier beleven.

Tussendoor was er ook nog 'even' het Open NK op de Weissensee. Bij de dames ging Carla Ketellapper-Zielman met de winst aan de haal, bij de heren ging die eer naar niemand minder dan Jorrit Bergsma. "Dit was precies wat Jorrit nodig had", wist zijn coach Jillert Anema naderhand.

In het laatste weekend van de maand was het opnieuw Schulting die zich van haar beste kant liet zien. Bij het WK Shorttrack voor junioren reed ze naar het zilver. Of ze daar dolenthousiast over was? Jawel, maar: "De wereldtitel had er zeker in gezeten."

In datzelfde weekeinde draaide het bij de World Cup in Stavanger vooral om internationale startbewijzen voor de WK's Sprint en Allround en nationale selecties voor een laatste plekje in die WK-ploegen.

Daarbij waren de regels nogal gecompliceerd. Een gedetailleerde beschrijving van alle reglementen zullen we u maar besparen. Feit was in ieder geval dat Patrick Roest door de nieuwe regels uiteindelijk een plekje misliep, waardoor Nederland maar met twee schaatsers vertegenwoordigd zou zijn op het WK Allround. Onder meer Kjeld Nuis en Linda de Vries lieten zich in Noorwegen van hun positieve kant zien.