We moeten daarvoor terug naar de winter van 1962-1963. De strengste winter van de vorige eeuw, met op 18 januari de beruchte Elfstedentocht. Slechts één procent van de gestarte wedstrijd- en toerrijders reed die verschrikkelijk tocht uit. Helden waren het, die de tweehonderd barre kilometer hadden volbracht. Helden, die iedere Nederlander wilde zien en aanraken. Het bracht Henk Pil, de toenmalige directeur van de Jaap Edenbaan, op het idee om een super lange afstandswedstrijd over 150 ronden te organiseren.

Liefst tienduizend toeschouwers stroomden negen dagen na de Elfstedentocht, op zondag 27 januari, naar de Jaap Edenbaan om de helden van de Tocht der Tochten aan het werk te zien. Nog nooit was er een marathonwedstrijd op kunstijs gereden. Reinier Paping, glorieus winnaar van de helletocht door Friesland, voerde het pelotonnetje van 21 rijders aan toen het startschot klonk. De man uit Ommen zou op de kunstijsbaan in de Watergraafsmeer geen rol van betekenis spelen. Paping viel na 65 van de 150 ronden uit, omdat een van zijn schaatsen defect raakte.

De opvallendste 'marathonschaatser', al bestond dat woord toen nog niet, op het Jaap Eden-ijs was Jeen van den Berg, de nummer drie van de Elfstedentocht en eerder in 1954 al eens winnaar van de Friese monstertocht. De Friese onderwijzer toonde zich van de eerste tot de laatste ronde de sterkste. De winst ging echter naar Jeen Wester. Het krachtmens uit Eernewoude, die in 1979 het initiatief zou nemen voor de marathon van Eernewoude, had bijna de hele wedstrijd achteraan het groepje gebungeld. Hij werd geplaagd door een pijnlijk stuitje en een pijnlijke rug, overgehouden aan de Elfstedentocht negen dagen eerder, toen een val bij het klunen hem tot opgave had gedwongen. "Ik hing voor dood aan het staartje van het peloton, toen de eindsprint begon", weet Wester nog. "Toen hoorde ik iemand schreeuwen: 'Bist du verdomme yn Fries?' Ik kreeg gelijk de geest, vloog naar voren en won de sprint voor Klaas Kalis uit Stompetoren."

Wester was niet de eerste de beste. Stamde uit een echte schaatsfamilie. Zijn opa was Rinze Wester, die menig kortebaanwedstrijd won. Zijn vader was Gerrit Wester, die met zijn broers Wiebe en Poppe de ijsbanen van Friesland afstroopte. Hun tante Trijn stond ook bekend als 'hurdrider' en neef Harrit was eveneens een kampioen. Kortom, als je tot de familie Wester behoorde, dan was je schaatsenrijder en won je prijzen. In 1963 reed Jeen Wester liefst 44 wedstrijden, waarvan hij er 31 won, waaronder de eerste marathon op kunstijs.

Huub Snoep is hoofdredacteur van schaatsen.nl