Haar laatste 1500 meter dateerde van februari 2014, toen ze in sotsji de olympische titel pakte. Daarnaast is de rijdster van Team Afterpay nog altijd aan het terugkomen na een teleurstellend seizoen, waarin ze door overtraindheid niet in actie kwam.
"Het bevalt me om weer op het ijs te staan, maar vooral de laatste ronde is nog erg wennen. Ik dacht op dat moment even: deze zone heb ik nog niet bewandeld. Het liep hard terug in de laatste ronde, dat deed wel pijn", keek ze terug op haar race in Thialf, waarbij ze ook een startbewijs voor de WK Afstanden in Kolomna veiligstelde.
Het slotstuk was de fase waar Ter Mors het meest tegenop zag. "Ik was het meest bang voor die laatste ronde. Ik weet nu waar ik sta en nu is het zaak om te finetunen richting de WK Afstanden. Zeker in de laatste ronde valt er nog veel winst te halen, maar gezien mijn race van vandaag mag ik niet klagen."
"Het was lang geleden dat ik zenuwachtig was voor een wedstrijd, maar eenmaal op het ijs was de spanning er na de eerste slagen wel af. Het waren misschien niet eens echt zenuwen, maar ik voelde wel spanning doordat ik me afvroeg hoelang ik het vol zou houden."
In Heerenveen was Ter Mors ruim een seconde sneller dan nummer twee Ireen Wüst en ook het verschil met drie Marrit Leenstra was vrij groot. "Ik had eerlijk gezegd wel verwacht dat de rest dichterbij zou zitten", aldus de 26-jarige Enschedese, die wel wist waar haar voordeel lag. "Ik pakte vooral veel winst in het begin van de race."
Ter Mors benadrukte dat ze nog steeds in een opbouwfase zit. Ze gaat nog altijd niet voluit. "Ik train nog steeds niet volle bak. Sinds twee weken train ik weer tempo op de fiets en dat soort dingen. Ik ben alles weer aan het opbouwen en ben het niet meer gewend om 'dood' te gaan. Dit jaar is een opstartjaar. Volgend jaar wil ik er weer staan."
"Dat zit hem vooral in het herstel. Ik kon na de race niet meer op m'n benen staan, dus ik ben maar even ergens gaan zitten. Ik merk het aan kleine dingen en dat heeft tijd nodig."
Of Ter Mors maandag in actie komt op de 500 meter, weet ze nog niet. Ze "Ik ga gewoon inrijden en dan voel ik vanzelf wel of ik de 500 ga rijden of niet. Ik ken mijn lichaam inmiddels goed genoeg om dan in te kunnen schatten of ik fit genoeg ben of niet."
Vooralsnog geniet de olympisch kampioene vooral van het feit dat ze weer terug is in wedstrijdverband en was dat volgens haar misschien wel de sleutel tot het succes op de 1500 meter. "Ik merk dat ik vertrouwen heb en ben blij dat ik weer kan schaatsen. Dat speelt allemaal wel mee."