Dat ze zo gesloopt was na de 1000 meter waarop ze vierde was, heeft ook nog altijd met haar vorm te maken. Die is nog steeds niet optimaal na haar jaar van overreaching. “Ik kan sowieso wel diepgaan, hoor, maar nu ga ik wel sneller kapot dan normaal. Zo’n race vraagt veel van me.”

Met haar razendsnelle race reed ze het oude record van Ireen Wüst (1.13,33) uit de boeken. Ze kon dus niet anders dan tevreden zijn. “Ik ben heel blij om zo te rijden, zeker als je bedenkt welke weg ik afgelegd heb.”

“En het kan nog heel veel harder”, stelde ze meteen. “Ik merk dat er meer in mijn lichaam zit dan er nu uitkomt. Dan heb ik het niet over een seconde, maar over tienden van een seconde. Maar als je een paar tienden weet te sprokkelen kom je een heel eind.”

Dat voor haar race twee keer het wereldrecord werd verbroken, haalde haar niet uit haar concentratie. “Ik hoorde het wel, maar je moet toch je eigen rit rijden. Ik legde de focus bij mezelf.”

Daar waar haar concurrentes volgende week in Salt Lake City opnieuw kunnen profiteren van snel ijs, gaat Ter Mors terug naar Nederland. Jammer vind ze dat niet. “Helemaal niet. Salt Lake kan mijn lichaam niet aan. Ik ga lekker naar huis en herstellen.”

Die rust heeft ze nodig, want ze richt zich op de verre toekomst, niet op volgende week. “Ik moet nog stappen zetten om bij de wedstrijden waar het om gaat wel bovenaan te eindigen.”

Maar voordat Ter Mors echt mag rusten, wacht zondag nog de 500 meter. Hoe diep ze ook gegaan is, die wil ze nog rijden.