Rondom de Wereldbeker in Astana liep Ter Mors ene lichte darminfectie op. Net toen ze dacht dat ze opgeknapt was, kwam daar een fikse griep overheen. Het gevolg was dat ze twaalf dagen niet op het ijs stond. Ter Mors: “Ik werd redelijk gek thuis. Niks doen is al niets voor mij. Niks doen vlak voor een belangrijke wedstrijd is helemaal erg.”

Een geluk bij een ongeluk: de rijdster van Team Afterpay had al ervaring met ziek zijn voor een belangrijke wedstrijd en daar had ze veel van geleerd. “Twee jaar geleden werd ik ziek vlak voor het OKT. Toen ben ik te snel begonnen met fanatiek trainen. Dat bleek niet zo heel slim. Daarom hebben we het nu anders aangepakt en heb ik rustig getraind.”

Een goede keuze, want het kwam dus net op tijd goed. Al staat Ter Mors uiteraard niet in topvorm in Thialf. Maar die wetenschap maakte de nederlaag wel een stuk draaglijker. “In dit geval is verliezen van Ireen niet zo erg. Normaal gesproken zou ik heel erg balen van zo’n nederlaag, maar nu was kwalificeren voor het WK Afstanden was het enige doel. Ik wil straks mijn wereldtitel verdedigen.”

En dat is dus gelukt. En dat wil ze nu ook bereiken op de 500 en 1000 meter. En nee, ze neemt naar eigen zeggen niet teveel hooi op haar vork. “De 1500 meter is de zwaarste afstand en die heb ik gehad. Van de 1000 en 500 herstel ik meestal redelijk snel. Dus ik hoop hier drie WK-tickets te pakken en me te plaatsten voor het EK sprint.”