Normaal rijden shorttrackers hun grote toernooien in één of twee dagen en rijden ze meerdere afstanden per dag. Tijdens de Spelen is hun wedstrijdprogramma over twee weken uitgesmeerd. Dat vereist een andere aanpak, een andere timing, legt Ter Mors uit. "Je kan niet zoveel rust inbouwen voor een wedstrijd als normaal omdat je over twee weken ook nog goed moet zijn. Dat is anders dan gebruikelijk."
Dat merkt Ter Mors nu in haar trainingen. Ze is net wat minder uitgerust voor de olympische 500 meter van maandag dan dat ze voor een EK of WK zou zijn.
Om zich perfect voor te bereiden op haar olympisch optreden houdt Ter Mors zichzelf desondanks voor dat de Winterspelen een toernooi als alle andere is. "Ik probeer het heel bewust weg te zetten dat dit de Spelen zijn."
Die aanpak vloeit voort uit haar ervaringen van vier jaar geleden toen ze in Vancouver debuteerde op de Spelen. "Ik heb heel veel geleerd in vier jaar tijd", zegt ze. "Hoe ik met allerlei zaken om moet gaan, vooral mentaal."
Sowieso benadert Ter Mors deze Olympische Spelen heel anders dan de vorige. "Ik ben nu veel beter. Ik weet wat ik kan en wat ik in mijn mars heb. Toen wist ik dat ik niet goed genoeg was om echt mee te doen."
Om de druk van de Spelen weg te houden beperkt Ter Mors haar blik. "Ik kijk niet vooruit en leef per dag", zegt ze. Ook de omgang met de andere olympische sporters in het huis waar de Nederlandse atleten leven haalt haar niet uit haar concentratie. "Je bent toch veel op je eigen kamer en je doet je eigen dingen."