Nadat ze de 1000 meter al op haar naam geschreven had, duldde Ter Mors op de 1500 meter geen tegenstand. Omdat ze in de World Cups de afstand niet gereden had moest ze vroeg starten, in de eerste rit zelfs. Haar tegenstandster, de Canadese Josie Spence, heeft ze geen moment gezien. Meer dan tien seconden reed ze bij haar weg.
Ook de andere rijdsters kwamen niet aan haar tijd. De enigen die nog een serieuze poging waagden waren Heather Richardson-Bergsma en Brittany Bowe. Met nog een ronde op het bord liepen ze nog voor op het schema van de Nederlandse, maar in de laatste 400 meter gaven ze meer dan anderhalve seconde toe. “Ik denk dat ze van die laatste ronde wel denken: oef, dat is hard”, lachte Ter Mors.
Met een brede lach op het gezicht vertelt ze dat ze eigenlijk nog wel wat sneller had gekund. Ze had namelijk met een ronde van 28,0 willen beginnen, maar liet 28,7 noteren. “Ik was een beetje bang dat het niet snel genoeg zou zijn”, vertelde ze. “En dus ging daarna het gas erop.”
“Ik moet in het begin mijn ontspanning zoeken, maar dat had ik nu wat te veel. Dat was zonde, want zo liet ik de snelheid die ik vanuit de start had meegenomen weer lopen”, legde ze uit.
In de rondes erna bedroeg haar verval maar 1,3 seconden en dat stemde haar meer dan tevreden. Een dergelijk klein verval heeft niemand van haar concurrentes in huis. En anders dan op de 1000 meter hoefde ze daarvoor niet heel diep in haar reserves te tasten.“Natuurlijk ging ik kapot, maar het was niet zoals vrijdag.”
Het verschil met de concurrentie is groot. Met het oog op de toekomst zullen haar belangrijkste belagers Ter Mors nauwkeurig bekijken. “Misschien opent dit hun ogen”, zei de wereldkampioene, al weet ze niet zeker of er iets te zien zal zijn. “Misschien ben ik beter dan zij, misschien niet. Misschien is het omdat ik hier zo ontspannen rijd.”