Afgelopen april pakte Ter Mors de trainingen voor deze winter, na een jaar afwezigheid door overreaching weer op. “Ik was bang”, geeft ze toe. “Zo’n terugkeer gaat met ups en downs en dan komen er twijfels.”
Met 1.15,95 maakte ze in een klap een einde aan die twijfels. “Ik ben zo blij dit hier gereden te hebben na maanden twijfel: kom ik nog terug?”, zegt ze. “Maar als je op deze baan 1.15,95 rijdt dan zegt dat heel veel.”
De afgelopen weken had Ter Mors al wel gemerkt dat ze op de goede weg zat. De eerste wedstrijd die ze, ook in Enschede, reed was eigenlijk nog spannender dan de KNSB Cup. “De eerste keer was ik best bang. Die race zou de bevestiging worden van wat mijn zomer had ingehouden. Was het prut of juist niet? Dat was vele malen spannender.”
Helemaal terug op haar oude niveau is Ter Mors nog niet, denkt ze. Ze moet in ieder geval nog altijd voorzichtig met haar krachten blijven omspringen. “Ik moet nog steeds wijs zijn. Eén zo’n 500 meter van gisteren vraagt nog heel veel van me. En ik voelde het vanochtend wel.”
Tijdens de races is er echter totaal geen sprake van terughoudendheid. Ook op de 1000 meter van zondag ging de rijdster van Afterpay voluit, tot misselijkheid aan toe. “Ik keek na afloop wel even waar de prullenbak was, maar dat was niet nodig.”
De voorzichtigheid zit in de opbouw van haar trainings- en wedstrijdprogramma. Daarom rijdt Ter Mors de werelbekerwedstrijd in Salt Lake City niet. Dat is ingegeven door het feit dat ze volgende week wel de World Cup shorttrack in Toronto rijdt en vier wedstrijdweekenden op rij zijn nog te veel van het goede. “Dat is zelf veel als je helemaal fit bent.”
Wat ze in Calgary zou kunnen laten zien, wordt voor Ter Mors een verrassing. “Ik heb nog nooit op een hooglandbaan gereden. Ik weet niet wat ik kan, maar 1.15,95 biedt perspectief”, lacht ze.