Op de laatste afstand van het toernooi ging de zege met 1.15,28 naar Brittany Bowe, die ook de wereldtitel op haar naam schreef. Ter Mors werd op die afstand tweede met 1.15,35. Daar had ze flink de smoor over in. "Daarom voelt het een beetje dubbel."
De zwakste plek in haar sprinttoernooi was de 500 meter. Dat wist ze van tevoren, maar het verloop van het toernooi bevestigde dat nog maar eens. En juist tegen rijdsters als Bowe en Heather Richardson-Bergsma is het dan lastig opboksen, legde ze uit.
Ze moet elke tiende van seconde die ze inlevert op de kortste afstand terughalen op de 1000 meter. "En dat maak je nou juist niet goed tegen dames die de 1000 meter als beste afstand hebben. De 500 meter moet ik dus verbeteren."
Ook al wist ze voor het toernooi al dat de 500 meter haar achilleshiel zou zijn, maakte dat het niet gemakkelijker te accepteren dat ze zondag door Bowe op ruime achterstand gereden werd. "Toen ik die tijd van haar zag dacht ik: verdomme, daar gaat de kans op goud", vertelde ze.
Het was niet alleen haar onervarenheid op de 500 meter die haar opbrak. Over het algemeen voelde ze zich niet op het toppen van haar kunnen in Seoul. "Ik moest vier perfecte afstanden rijden. Ik reed nu niet slecht, maar de scherpte was er niet. Zeker niet op de 500 meter."
Als nieuweling op het sprintterrein kan Ter Mors zich een wat mindere vorm niet permitteren, weet ze. "Ik heb lang niet zoveel overmacht dat ik als ik niet zo goed ben, alsnog win", zegt ze.
Evengoed is haar derde plek een prestatie van formaat voor de rijdster die dit jaar terugkeerde na een jaar zonder competitie. Zelf weet ze dat wel, maar het resultaat van de 1000 meter zit haar nog te veel dwars, zo vlak na de race. "Ik moet de knop nog omzetten om te genieten van dit brons."