De leidster in het wereldbekerklassement moest het in de laatste rit afleggen tegen haar Amerikaanse collega Heather Bergsma en eindigde met 1.56,30 op plaats vier. “Ik liep een slechte laatste binnenbocht, waardoor Heather op de wissel mooi achter mij aankon”, luidt het.
“Ik ben kapot, ik ben echt kapot”, gaat Leenstra verder. Het huilen staat de sprintster duidelijk nader dan het lachen. “Dit heb ik nog nooit gevoeld.”
Waar dat gevoel vandaan komt is volgens de vrouw uit Wijckel nog even gissen. Leenstra besloot na afgelopen winter te gaan trainen bij de Italiaanse ploeg, om de trainingsarbeid te krijgen die ze nodig dacht te hebben om de concurrentie met de Amerikaanse vrouwen aan te kunnen gaan. Dat heeft zijn vruchten afgeworpen; Leenstra pakte deze winter in wereldbekerverband namelijk al twee keer zilver en een keer brons op de 1500 meter.
Of die zware trainingsarbeid haar nu parten speelt, of dat de hoeveelheid wedstrijden achter elkaar gewoon teveel is? Ze weet het niet. “Ik heb er ook nog niet over na kunnen denken. Ik heb gewoon geen energie.”
Wel gaat Leenstra nog steeds aan de leiding in het wereldbekerklassement. “Dat heb je hè, als je alle wedstrijden meedoet”, grapt ze. De lach verschijnt terug op haar gezicht. “Ik hoop morgen weer te kunnen knallen op de 1000 meter."