Klaas Poortinga (25) schuift aan tafel in het onderkomen van zijn ploeg Hamco. Het is de eerste van de schaarse rustdagen aan het Oostenrijkse bergmeer, waar het programma echt volle bak is voor zowel de schaatsers als hun begeleiders. ”Wij hebben één begeleider die masseert en de voeding prepareert. Dat laatste kost al veel tijd en als je dan ook nog zes op de tafel krijgt, is het echt flink aanpoten”, stelt Poortinga. Maar deze dag is er wat ruimte voor ontspanning, en dat is na twee dagen koersen wel even nodig.
In die twee wedstrijden lieten de mannen van Hamco zich weer regelmatig zien. Poortinga deed dat zelf met name in de Aart Koopmans Memorial, waar hij deel uitmaakte van de kopgroep en uiteindelijk negende werd. “Dat we het goed doen, heeft natuurlijk nooit één oorzaak, maar ik denk dat het er toch vooral in zit dat wij met z’n zessen heel goed bij elkaar passen en dat we veel plezier hebben. Bij ons hoeft natuurlijk niks. Succes is voor ons meegenomen en daardoor presteren we denk ik allemaal wel echt goed. We hebben ook niet een echt zwakke schakel in de ploeg, dus versterken we elkaar elke keer. Dat is heel mooi.”
Poortinga erkent dat hij en zijn teamgenoten zichzelf regelmatig verrassen. Aan de andere ziet hij ook een risico. “Het gevaar is dat je er snel aan begint te wennen. Daar moet je voor oppassen. Ik kijk weleens terug, en als ik dan nu vergelijk met vorig seizoen, dan ben ik echt wel een paar stappen beter. Ik ben nu bezig met het winnen van een wedstrijd. Dat is echt het volgende doel voor mij.” Daar was hij al eens dichtbij. “Dan ga je verder kijken. En hier helemaal. Ik heb er nooit een geheim van gemaakt dat ik natuurijs het mooiste vind en dat ik heel graag een grote wedstrijd op natuurijs zou winnen. Dat doel wordt steeds realistischer.”
Klaas Poortinga groeide op in Birdaard, een dorpje met iets meer dan duizend inwoners aan de Dokkumer Ee. De Elfstedenroute dus. Hij wijst even naar buiten, waar pal achter het Gasthof de Weissensee begint. “Mijn ouders zijn nu aan het schaatsen. Echte liefhebbers. Geen idee of ze de 200 kilometer halen, maar van daar heb ik het schaatsen wel meegekregen. Uiteindelijk ben ik bij de Ferwerter Iisclub beland. Mooi clubje hoor. Marijke Groenewoud was er lid, Harm Visser en Marco van der Tuin ook.” Hij kwam er al snel achter dat de langebaan niet zijn ding was. “Ik kan niet zo heel goed met die druk omgaan, haalde er ook helemaal geen plezier uit. Kan zijn dat ik het ooit nog eens probeer, maar voorlopig houd ik dat liever een beetje ver van me af.’’
De marathon beviel hem veel beter, en vanuit de gewestelijke marathonselectie werd hij opgepikt door Ard Alderts en kreeg Poortinga een plek in de marathonploeg van Sprog. Geen verkeerde ploeg, zegt hij met een lach. “Ik zat daar met jongens die echt wel een klasse beter waren dan ik. Lars Woelders, Christian Haasjes, Chiel Smit. Daardoor kwam ik zelf in een andere rol, meer dienend. En dat vond ik prima. Als je dat anders wilt, moet je harder rijden, zo simpel is het.”
Hij stak er in vier jaar tijd veel op van mannen als Jeroen de Vries, Ard Alderts en Bram Sikma. Het zijn lessen die hij nu in praktijk kan brengen bij Hamco, de ploeg waar hij terecht kon na het stoppen van Sprog. “Niet de grootste ploeg in het peloton, maar hier zijn we allemaal wel min of meer gelijkwaardig.” Poortinga typeert de formatie met rake woorden. Hij is, zegt hij, een groepsdier. “De groep, die is voor mij belangrijk. Ik zeg altijd dat je een groep hebt en een team. Dat zijn twee verschillende dingen. Je kunt een groep met individuen hebben, maar wij hebben echt een team.’’
Over dat team werd vorig seizoen nog weleens wat lacherig gedaan. Hamco was immers ook een kleine vis in het peloton. Maar dat beeld is razendsnel gekanteld. De formatie van ploegleider Danny Stam kun je best beschouwen als de revelatie van het seizoen. “Vind ik ook”, stelt Poortinga. “We doen echt vooraan mee. We willen er echt wat van maken en ons laten zien, en soms is het inderdaad alles of niets. Zo staan we er allemaal wel in. We gaan in zo’n sprintkoers als afgelopen woensdag niet sprinten voor een, en dan ben ik optimistisch, vijfde plek als hoogst haalbare. Nee, dan proberen we het liever een keer.”
De mannen van Hamco, en zeker ook Poortinga zelf, zijn misschien wel beter dan menigeen heeft gedacht aan het begin van het seizoen. “Denk ik ook”, beaamt de Fries. “De mensen die mij in de jeugd hebben gehad, of in het gewest, en misschien Jeroen de Vries en Ard Alderts ook wel, die hadden misschien niet gedacht dat ik als individu dit niveau had kunnen halen. Maar je ziet, als je doorzet en ervoor gaat, kan je heel ver komen. En ik ben dan niet het grootste technische schaatstalent, maar dat hoeft ook niet.”
Zijn huidige resultaten beschouwt Poortinga dan ook een beetje als een overwinning op zichzelf. “Ik vind het wel mooi. Een beetje van ‘zie je wel’. En voor de mensen die zich altijd hebben afgevraagd of ik het niveau wel had, is het mooi dat ik dit kan laten zien. Dan trek je toch een beetje een lange neus.”
Dat doen ze eigenlijk met het team van Hamco ook wel. Want ook de mannen van Jan Hamers weten natuurlijk hoe er tegen ze werd aangekeken. En nu laten ze al die critici toch wat zien. “Ik maakte hier vorig seizoen nog geen deel van uit, maar ik denk dat Jan Hamers senior én junior wel zoiets hebben van ‘zie je wel’. We hebben de mensen toch wel verbaasd en krijgen nu ook de erkenning die ons toekomt. Dat vind ik mooi.”