De opmerking van Sven Kramer maakte natuurlijk wel wat los, zeker nu het land langzaam weer in de ban raakt van het olympische schaatstoernooi, nadat een dikke maand geleden het kwalificatietoernooi al alle spotlights op de schaatssport zette. Maar schaatslegende Kramer maakte zijn statement natuurlijk niet zomaar. “De Spelen zijn gehyped. Overrated”, vervolgde de Fries. “Wat ik altijd moeilijk vind, is dat de sporters figuranten zijn in iets dat groter is dan alleen de sport, waar miljarden mee worden verdiend. En dan heb ik er soms moeite mee, of eigenlijk heb ik daar altijd moeite mee, hoe de sporters daarin gepositioneerd worden. Dat is de andere kant van de medaille.’’

Als directeur van de Essent-schaatsploeg ziet Sven Kramer nu daadwerkelijk de andere kant van het spectrum en heeft hij inzichten verkregen die zijn beeld van de Spelen wel veranderd hebben, al was hij ook als actief schaatser wel bewust van de verhoudingen rond het grootste sportevenement van de wereld. “Als je mij vraagt: waren dat je leukste toernooien? Nou, echt niet. Je wordt als sporters in een of ander gaar hok gedrukt en het lijkt fantastisch allemaal, maar dat is het lang niet altijd. En als je ziet hoe het evenement vermarkt wordt, is het best wel wrang wat daarvan overblijft voor de atleten.’’

Dat was een statement recht uit het hart van Kramer, die begrip kreeg van een andere olympische legende van Hollandse bodem, Gianni Romme. De man uit Made, tegenwoordig manager van de ijsbaan in Breda, onderstreepte wel de bijzondere status van de Spelen. “Olympiër worden is het mooiste dat je kunt bereiken als sporter. Het is gewoon de wedstrijd die je het meeste aanzien geeft, of dat nou de Winterspelen of de Zomerspelen zijn. Maar ik heb ook weleens tegen mezelf gezegd: is dat nou de mooiste overwinning die je hebt behaald? Dat stel ik ter discussie. Maar de impact die de Spelen hebben, dat is absoluut met niets te vergelijken. Dat is echt uniek.”

Sven Kramer openhartig: ’De Spelen zijn niet het leukste’
Sven Kramer tijdens de olympische vijf kilometer in Beijing. "De Spelen lijken fantastisch, maar dat is het lang niet altijd." | Foto: Vincent Riemersma

Romme bracht vervolgens ook de druk ter sprake, de focus die je moet kunnen behouden, ook of misschien wel juist nadat je succesvol bent geweest. “Dan moet je tien dagen wachten op het volgende onderdeel, wachten tot je het wéér moet doen. En als je dan favoriet bent zoals Sven altijd was, dan is die druk bijna ondraaglijk. Als je móet winnen nadat je al twee of drie keer hebt gewonnen, dan is winnen echt niet leuk meer. Daarom vind ik het zo knap wat hij heeft gedaan. Ik heb het zelf ook gedaan, maar dan in één Spelen. Hij in drie. Als er dan inderdaad tien dagen tussen zitten, moet je weer in je ritme komen, in je focus en in je normale patronen. Zó lastig. De Spelen hebben echt andere wetten.”

Sanne in ’t Hof luisterde haast ademloos naar de verhalen van de twee grote mannen. “Als je dit allemaal hoort…”, stelde Romme. Kramer kopte lachend de voorzet feilloos in. “Lekker thuisblijven Sanne!” Maar de rijdster van Team Essent heeft natuurlijk zelf ook haar olympische ervaring. Zij was er immers bij in Beijing, vier jaar geleden. “Dat was wel iets anders dan de droom”, erkende In ‘t Hof meteen. “Het waren de corona-Spelen. Geen toeschouwers, geen familie, en het was heel streng in het dorp. Alles om maar niet ziek te worden. Desondanks blijft dat natuurlijk het allerhoogste wat je kunt bereiken, een doel waar je dag in dag uit voor werkt. Dat er dan geen publiek bij aanwezig mocht zijn, is heel jammer, maar je staat als sporter wel op het allerhoogste podium dat er is, en dat blijft heel bijzonder.’’

Vooruitblikkend naar Milaan was Kramer realistisch. “Ik hoop dat Joep Wennemars het fantastisch doet op de 1500 meter, al ben ik natuurlijk zeker niet objectief. Maar ik denk dat hij zeker een kans heeft. Verder gaat Nederland in mijn ogen dominant zijn bij de vrouwen, omdat we bij de heren wat terrein verloren hebben, met name op de lange afstanden. Dat kan dus zomaar een wake-up call zijn voor de komende vier jaren.’’

Sven Kramer openhartig: ’De Spelen zijn niet het leukste’
Gianni Romme tussen Bob de Jong en Rintje Ritsma, succesvol met dubbel goud in Nagano. "De impact die de Spelen hebben, dat is absoluut met niets te vergelijken." | Foto: ANP

Romme kon dat alleen maar beamen. De man die in 1998 in Nagano tijden realiseerde die destijds voor onmogelijk werden gehouden, zag nu in Inzell de Noor Sander Eitrem als eerste schaatser ooit op de vijf kilometer onder de zes minuten duiken. Ook dát werd lang voor onmogelijk gehouden. “Ik zat op het puntje van mijn stoel, het was fantastisch om te zien. Ook mooi dat hij zichzelf verbaast, want dit had hij ook niet verwacht. En zo is het vaak ook: een wereldrecord overkomt je.” Het verraste Romme niet echt dat Eitrem zijn record reed in Inzell. “Ik heb altijd gezegd dat Inzell op de ideale hoogte ligt voor de lange afstand, geloofde ook echt dat daar een wereldrecord gereden zou kunnen worden. Alleen, het was nog niet gebeurd. Tot nu.”

Romme rekent Eitrem tot de topfavorieten in een rijtje waarin geen Nederlander voorkomt. Een hard gelag. Twaalf jaar geleden viel de schaatswereld nog over Nederland heen, omdat de oranje equipe vrijwel alle medailles wegkaapte. Het gat met de rest was veel te groot, heette het. Nu liggen ’we’ ineens op achterstand op de afstanden die Nederland heel lang domineerde. “We hebben een beetje pech met Patrick Roest, die natuurlijk wel van dat niveau was, maar nu is weggezakt. Je ziet dat de generatie na Kramer niet is aangesloten en dat we nu moeten hopen op de generatie daarna, met nu Stijn van de Bunt als speerpunt. Maar van hem mag je niet verwachten dat hij in één keer meedoet om een podiumplek.”

De vraag is dan of Nederland ergens een afslag heeft gemist. “Punt is vooral dat de andere landen iets goed hebben gedaan”, vindt Romme. “Die landen nemen de ploegachtervolging heel serieus. De Amerikanen met hun Pain Train, de Fransen, de Noren, de Italianen. Dan zie je dat die mannen daarin investeren en ook meteen op de lange afstanden beter tot hun recht komen. Als dat de sleutel is, hebben wij een probleem. Al die landen trainen als ploeg, terwijl dat onderdeel in Nederland heel versnipperd is. Ik ben heel benieuwd wat er straks in Milaan allemaal gebeurt, maar dat het interessante Spelen worden, staat voor mij vast.”