Tijdens De Zilveren Bal staan telkens drie schaatsers tegelijk aan de start. Over een afstand van slechts honderd meter sprinten ze naar de finish. Alleen de snelste gaat door naar de volgende ronde, totdat uiteindelijk drie vrouwen en drie mannen overblijven voor de finale. Het concept is simpel: zo snel mogelijk van start naar finish. “Alle traditionele afstanden hebben we wel gezien op de Olympische Spelen, van 500 tot 10 kilometer. Maar dit is een wedstrijd over 100 meter”, legt Ykema uit.

Voor de voormalig olympisch sprinter voelt die afstand bijna vanzelfsprekend. Ykema won zilver op de Winterspelen van 1988 in Calgary en stond bekend om zijn razendsnelle start. De korte sprint zit diep in zijn schaats-DNA. “Ik was een echte 500 meter schaatser”, vertelt hij. “Maar ook wel een echte 100 meter schaatser. Ik heb het schaatsen geleerd op de kortebaan, op het korte stukje. Dat is mijn passie.” Volgens Ykema laat de 100 meter een kant van het schaatsen zien die vaak onderbelicht blijft: pure explosiviteit. De start, de eerste passen en de acceleratie bepalen alles.

De afstand verwijst volgens hem ook naar het begin van de sport. “Het schaatsen is ooit hier ergens in Friesland begonnen”, zegt hij. “Twee mensen tegen elkaar, ergens op een ondergelopen stuk land. 160 Meter schaatsen. Wie het snelst was, won. Moeilijker is het niet.” Dat idee ligt aan de basis van De Zilveren Bal. Geen rondjes en geen ingewikkelde schema’s, maar pure snelheid. Tien jaar geleden begon het evenement nog bescheiden. “Het is uitgegroeid tot een event waar wereldtoppers aan meedoen”, zegt Ykema trots. “Waar de sporters het seizoen afsluiten.” Ook dit jaar stonden namen als Jordan Stolz, Yevgeniy Koshkin, Anna Boersma en Dione Voskamp aan de start in Leeuwarden.

Koshkin Zilveren Bal
Bij de mannen gaat De Zilveren Bal naar de Kazach Yevgeniy Koshkin, die Stefan Westenbroek en Mats van den Bos voorblijft. | Foto: Neeke Smit

Toch is De Zilveren Bal meer dan alleen een sprinttoernooi. Wie de Elfstedenhal binnenloopt, merkt meteen dat dit geen traditionele schaatsavond is. Lichtinstallaties hangen boven het ijs, muziek dreunt door de hal en het publiek staat dicht langs de boarding. Bij de start wordt het even stil, daarna schieten de sprinters weg en barst het geluid los. “Dit is niet zomaar even schaatsen onder TL-licht”, zegt Ykema. “Hier hangen neonlichten en overal staan boxen.” Het idee voor die show kwam ooit van oud-schaatser Karsten van Zeijl, met wie Ykema het evenement opzette. “Ik was de trainer en hij was de pupil”, vertelt Ykema. “Hij zei dat hij bij andere sporten zag dat er onder luid gejuich en met veel muziek sport werd bedreven.” In het begin moest Ykema wennen aan het spektakel. “Ik dacht: wat een herrie.” Inmiddels ziet hij juist de kracht ervan. “We zijn nu tien edities verder en ik vind het prachtig.”

Achter het spektakel zit een grotere ambitie. Voor Ykema is de 100 meter niet alleen een showonderdeel, maar een serieuze schaatsafstand. Het liefst ziet hij er ooit een officieel kampioenschap van komen. “Onze eerste insteek was om er een olympisch onderdeel van te maken”, zegt hij. “Of geef ons eens een keer een wereldkampioenschap.” In Leeuwarden voelt De Zilveren Bal al een beetje als zo’n titelstrijd. De internationale schaatsbond kijkt inmiddels mee. “Vanavond komen hier mensen van de ISU om te kijken wat hier eigenlijk allemaal gebeurt.” Volgens Ykema is dat een belangrijke stap. “Het zaadje is geplant. En nu maar hopen dat het uitgroeit tot een prachtige sprintboom.”

De Zilveren Bal
De sprinters stonden nog een avondje in de spotlights. | Foto: Neeke Smit

Waarom verdient de 100 meter volgens hem een plek op het wereldtoneel? “Er zijn heel veel schaatsers die een geweldige 100 meter kunnen rijden, maar moeite hebben met bochten”, zegt Ykema. Zelf weet hij hoe belangrijk een start kan zijn. Hij herinnert zich nog een moment uit zijn eigen carrière. “Ik viel in Calgary heel mooi in het startschot. Dat noemen ze een pikstart. Toen had ik een opening van 9,85.” Daar win je tegenwoordig niet meer mee, zegt hij met een beetje zelfspot. “Maar het laat wel zien hoe belangrijk die eerste meters zijn.”

Of hij zelf ooit nog eens aan de start staat bij De Zilveren Bal? Ykema schudt lachend zijn hoofd. “Ik heb een behoorlijk gewicht en twee nieuwe knieën”, zegt hij. “En ik denk altijd nog wel dat ik van alles kan.” Maar hij is realistisch. “Als je 63 bent, dan wordt het allemaal wat minder.” Voorlopig blijft hij dus langs de baan staan. Als toernooidirecteur van het sprintfeest dat hij zelf hielp opbouwen. En als ambassadeur van een afstand die volgens hem ooit een officiële wereldtitel verdient. Tussen de sprintliefhebbers in de Elfstedenhal klinkt dat inmiddels helemaal niet meer zo onrealistisch.