In de periode voor de Spelen doen Ilja en René niet veel interviews. “Wij vinden: Femke is de ster, wij zijn op de achtergrond”, zeggen ze bijna verontschuldigend. Toch willen ze nog voor één keer terug naar het begin, naar het meisje dat nog geen idee had van olympisch goud.
Voor de inmiddels olympisch kampioen op de 500 meter begint het allemaal op landijs, ergens bij de Hooidammer of bij De Veenhoop, vertelt moeder Ilja. “René z’n vader is altijd een van de eersten die daarop staan”, vertelt ze. Als het ijs dik genoeg is, worden ze gebeld en gaan ze er naartoe. Femke is twee of drie jaar oud wanneer ze voor het eerst mee mag, maar Ilja verwacht er weinig van. “Ik denk van: dat zal wel heel even zijn. Ze houdt het vast niet lang vol.” Maar lytse Fem verrast haar. “Ze vond het gewoon prachtig.”
Wanneer Ilja na een tijdje voorstelt om naar huis te gaan, klinkt het stellig: “Ik wil nog niet naar huis.” Terwijl andere kinderen huilen en jammeren langs de kant, doet Femke nog een rondje. Niet voorzichtig, niet bang. “Ze schaatste zo weg, in haar gele skipakje.”
René en Ilja beschrijven hun dochter als een kind bij wie het lijf altijd vooruit wilde. “Ze is altijd heel atletisch geweest”, zegt René. Wandelen, gymnastiek, turnen: het ging vanzelf. Op het schoolplein klom ze sneller in het klimrek dan leeftijdgenootjes. “Gewoon een heel sterk kind", zegt René. "En altijd vol energie”, vult Ilja aan.
Toch was ze in haar puberteit niet het fysiek dominante meisje in de kleedkamer. Tussen haar twaalfde en zestiende was ze 'dun en tenger'. Waar andere meiden groeiden in lengte en vormen, groeide Femke vooral in coördinatie, snelheid en souplesse. Dat atletische fundament bleek goud waard.
Femke’s weg naar het ijs was geen toeval. René reed marathons bij de A-rijders en zat in de selectie met Rintje Ritsma. Zijn vader reed de Elfstedentocht van 1963 en later nog meerdere edities. Ook Ilja schaatste recreatief en reed de Tocht van 1997. Beiden geven ze nu nog trainingen.
Toch was er thuis geen sfeer van moeten. “We hebben haar niet gedwongen”, benadrukt Ilja. Ze deed aan allerlei activiteiten mee, al waren balsporten niet voor haar weggelegd. “Met het kortbaltoernooi van school was Femke niet echt een ster”, zegt ze lachend. Maar zodra het om snelheid en uithoudingsvermogen ging, stond ze vooraan. Ook bij het jeugdschaatsen viel ze snel op. “Waar andere kinderen er twee of drie jaar over doen, had zij in één jaar dat diploma gehaald.”
Femke Kok in haar jonge jaren
Eerste keer op het ijs
Op landijs bij de Hooidammer of bij De Veenhoop, twee of drie jaar oud. In een skipakje op plastic Easygliders met roze laarsjes, samen met haar ouders.
Eerste vereniging
De Kluners
Eerste coach
Baukje Bron
Bij haar eerste club, de Kluners, was de groep klein en het niveauverschil groot. “Ze stak er bovenuit”, zegt René. Omdat er weinig gelijkwaardige trainingsmaatjes waren, zochten haar ouders aansluiting bij andere clubs, zoals HCH en STD. Daar trainde Femke met haar concurrenten, wat leuker en uitdagender was.
Opvallend is hoe nuchter de opvoeding rond sport bleef. Waar andere ouders bij elk persoonlijk record een frikandel speciaal of een cadeautje in het vooruitzicht stelden, deden René en Ilja dat niet. “Wij zaten op de gezonde toer”, zegt Ilja. René lacht: “Als ze zo jong zijn rijden ze bijna elke week wel een PR. Dan blijf je bezig met die frikandellen.” Belonen zat hem in het proces, niet in fastfood of cadeaus. Gewoon trainen, ontwikkelen, doorgaan.
Rond haar vijftiende veranderde de sfeer rond wedstrijden. Wat eerst plezier was, werd ondraaglijke spanning. “Toen ze in het gewest zat, begon voor haar een beetje de ellende”, zegt René. Voor wedstrijden had ze altijd buikpijn. Ze was misselijk en kreeg geen hap door haar keel. “Het was verschrikkelijk”, herinnert hij zich.
Ze probeerden haar gerust te stellen. “Je hoeft alleen maar even drie rondjes te schaatsen”, zei René dan terwijl ze samen een rondje gingen lopen. Soms ging het goed, soms niet. “Dan sloeg ’t haar echt in de benen en dan reed ze voor geen meter.” Op een NK in Deventer won ze de 500 meter, maar werd ze op de 1500 meter laatste. “Dat was puur van de stress”, zegt René. “Ze reed tien of twaalf seconden langzamer dan ze kon. Dan klapte ze helemaal dicht.”
Na een race kon ze bijna huilend aankomen. “Ik heb pijn in de buik, zei ze dan". Haar ouders zagen hoe plezier, talent en spanning met elkaar botsten. Thuis spraken ze het uit: “Als jij zo naar wedstrijden moet, dan kun je beter stoppen. Dan gaan we wel zeilen, of iets anders leuks doen. Want op deze manier is het een kwelling.” Maar Femke wilde door.
Rond die tijd volgde Ilja via haar schaatsclub een workshop bij een sportpsycholoog. Ze voelde dat hij iets kon betekenen, maar legde de keuze bij Femke. “Je moet het zelf willen.” Toen de problemen aanhielden, stelde ze voor om kennis te maken. De 14-jarige Femke zei ja. Een hele zomer werkte ze met hem en leerde ze focussen op het proces: de bocht, de ontspanning, de uitvoering. “Dat was de ommekeer in haar schaatscarrière”, stelt René. “En het heeft haar gevormd”, vult Ilja aan.
Na dat traject keerde het plezier terug. “Toen begon ze alles te winnen”, vertelt René. Ook de Viking Race, waar ze eerder ziek van spanning werd, won ze voor het eerst. “Toen had ze er geen last meer van.” Het verschil zat niet in fysieke kracht, maar in mentale rust.
En met die rust kwam ook ruimte voor de dromen die er al langer waren. Als meisje had Femke haar helden. Vooral de Zuid-Koreaanse sprintkoningin Sang-Hwa Lee maakte indruk. “Daar hebben we wel honderd keer naar gekeken”, vertelt René.
Dromen alleen zijn niet genoeg, discipline maakte het verschil. Tijdens haar vwo-examens zat ze midden in het WK junioren. “Toen was het WK afgelopen en toen ging ze als een gek leren”, zegt René. Tot diep in de nacht. Ze zakte eerst, kreeg een herexamen en haalde het alsnog. “Ze zei: ik wil niet zakken en dat ik dan naar de havo moet. Dat was geen optie.”
Diezelfde vastberadenheid zag Ilja eerder al, toen Femke als tienjarige haar eerste racefiets kreeg. Met klikpedalen. “Je mag pas de weg op als je uit die pedalen kunt komen”, zei Ilja met het oog op veiligheid. Dus stond de fiets in de keuken en oefende ze urenlang tot ze het onder de knie had. René: “Toen gingen we de straat op en na honderd meter lag ze al om.” Ze lachen bij de herinnering aan dat moment. Nu nog fietst ze met haar vader. “Wat ik bijzonder vind, is dat ze nog altijd met mij wil fietsen", zegt René. “Het is stille quality time, want er moet getraind worden.”
Wie haar ouders hoort praten, een maand vóór de Spelen, hoort vooral nuchterheid. Geen grote woorden, geen torenhoge verwachtingen. “Je moet je er niet helemaal op blindstaren”, zegt René. “Het is gewoon weer een wedstrijd, met dezelfde tegenstanders als altijd.” Toch hoopt Ilja op een medaille. “Wat voor een maakt me niet eens uit." Natuurlijk zou goud geweldig zijn, maar belangrijker is dat ze geniet en zichzelf blijft.
Inmiddels weten allemaal we hoe het liep: zilver op de 1000 meter, goud op de 500. De Femke van nu, olympisch kampioen en zilverenmedaillewinnaar, is in veel opzichten nog dezelfde als dat meisje op landijs. Ze sluit zich niet af en is niet bang. Ze blijft kletsen, lachen, contact maken. “Ze focust zich wel, maar op haar manier”, zegt Ilja.
Nu wacht er nog één moment: vrijdag 20 november, de 1500 meter. Zonder skipak, zonder roze laarsjes, maar nog altijd met hetzelfde gevoel: klaar voor dat extra rondje.