De beelden staan nog vers op het netvlies. Joep Wennemars was bezig aan een medaille-waardige 1000 meter, totdat hij tweehonderd meter voor de finish Lian Ziwen vlak voor hem zag opduiken. De Chinees weigerde voorrang te verlenen, waardoor Wennemars veel snelheid verloor en uiteindelijk 0,24 seconde achter de medailles eindigde.
De uittredend kampioen van 2022, Thomas Krol, wist niet wat hij zag woensdagavond. “Sjonge, jonge. Ik heb deze race heel intens beleefd. Wat een prestaties van Jordan Stolz en Jenning de Boo en wat een ellende voor Joep. Het overrijden was van tevoren al een verloren zaak: in een half uur opnieuw moeten rijden.”
Geen tijd om uit te fietsen, om tranen uitvoerig te laten stromen of rustig in te rijden; slechts dertig minuten had Wennemars voor zijn tweede poging. Hanjo Heideman, scheidsrechter bij de ISU, legt uit waarom er zo weinig tijd geboden werd aan Wennemars. “Allereerst: als scheidsrechter kun je daar niet aan tornen, dit zijn de regels. Op een schaatswedstrijd staat veel druk van buitenaf, met name door televisie. Er zijn veel rechten verkocht aan het buitenland, die zenders kunnen hun uitzendingen niet één of anderhalf uur rekken.” Ook andere aspecten spelen mee, van toeschouwers en dopingcontrole tot medailleceremonies.
Krol kent de verschillende belangen van het schaatsen en is realistisch: “Ik weet niet of het verschil had uitgemaakt als hij drie kwartier of een uur de tijd had gekregen. Los van het fysieke; de adrenaline spuit door je lichaam en je raakt dat niet zomaar kwijt. Mentaal is dit zo lastig. Niets meer dan lof voor Joep dat hij het wel geprobeerd heeft. Het tekent hoe fanatiek en gedreven Joep is als topsporter.”
Remy de Wit, technisch directeur van de KNSB, werd woensdagavond door vader Erben Wennemars gesmeekt of hij tijd kon rekken. Ook De Wit had daar geen invloed op. Wel zal hij in gesprek gaan met de ISU om te kijken of de reglementen aangepast moeten worden. “Sporttechnisch wil je dat er meer tijd is voor de reskate om de schaatser een eerlijke kans te geven. Desnoods pas de volgende dag rijden, maar organisatorisch is dat niet uit te voeren. Bovendien gebeurt dit zelden op zo’n groot toneel, dat maakt het ook heel breekbaar om de spelregels te veranderen.”
Conclusie: organisatorisch lijkt het onmogelijk om de reskate veel later te plannen. Moet er dan een andere manier komen om gedupeerde schaatsers te compenseren? Douwe de Vries, voorzitter van de Atletencommissie van de ISU, ziet in een correctie op de tijd geen oplossing. “Het is niet te berekenen wat het tijdverlies zou zijn, dan kom je op heel subjectieve getallen uit.”
Krol spreekt de verantwoordelijkheid van de schaatsers aan. “Ik zou zeggen neem een voorbeeld aan Kai Verbij, die vier jaar geleden misschien nog wel meer ruimte had dan de Chinees, maar uit sportiviteit en respect naar zijn tegenstander overeind kwam om zijn tegenstander voorrang te geven. Mika Poutala deed hetzelfde voor Kjeld Nuis in 2018, toen die zijn gouden medaille pakte. Wees je bewust van je omgeving. Ik ben ook weleens gelijk uitgekomen met mijn tegenstander, maar had altijd door wanneer ik niet meer voorlangs kon. Al is het ook makkelijk praten vanaf hier, ik weet zeker dat Lian het niet expres heeft gedaan.”
Voor alle individuele afstanden geldt dat schaatsen een tijdrit is, waarbij de snelste rijder over een x-aantal ritten wint. Tussen die races kunnen de omstandigheden niet compleet gelijk getrokken worden. Kijk naar de 1000 meter van woensdag. Joep Wennemars en Piotr Michalski werden gehinderd door hun tegenstanders, terwijl Jordan Stolz en Jenning de Boo van elkaar konden profiteren.
Een tegenstander kan daarmee een race zowel in positieve zin – door dekking te geven op de kruising of als een rode lap te dienen – als in negatieve zin – hinderen op de kruising – beïnvloeden. Hoe eerlijk is dat? De Wit: “Wissels zijn ook de charme van de sport. Er komt een stukje tactiek bij kijken. Sommigen kiezen er zelfs bewust voor om een ander voorlangs te laten kruisen. Het is een spel en dat maakt het langebaanschaatsen mooi. Bovendien is het niveau op de Spelen zo hoog, dat de factor geluk – of pech in dit geval - minimaal is.”
“We moeten dit ook in perspectief zien”, voegt De Vries toe. “Als je uitzoomt, hebben we een heel cleane sport. Er zijn zoveel sporten die meer invloeden hebben van buitenaf, kijk alleen al naar het shorttrack. Door overdekt te rijden, is het schaatsen zo eerlijk mogelijk gemaakt. We kunnen ook wedstrijden organiseren waarbij iedereen alleen in de baan schaatst, met tien minuten tussen de ritten, zodat de wind uit de hal is. Maar sport is ook emotie, daar hoort altijd een beetje geluk of pech bij. Anders is het zo steriel dat het niet leuk meer is om te kijken.”
Krol sluit zich daarbij aan: “Over het algemeen is schaatsen een heel eerlijke sport, 99 van de 100 keer wint de snelste. Het rijden tegen elkaar heeft zijn charme en levert heel mooie gevechten op.”