Van der Wart is weer een factor om rekening mee te houden. De 27-jarige Zoetermeerder zit lekker in zijn vel. Het schaatsten loopt, hij raakt zijn slagen als vanouds. In Nagoya scoorde hij in december zijn eerste individuele wereldbekermedaille in vier jaar tijd, brons op de 1000 meter. Een tweede Europese titel? Van der Wart denkt dat het mogelijk is. “Sjinkie en Semen Elistratov zijn de twee grootste titelkandidaten, daarachter zit een grote groep outsiders”, stelt hij.
Het vernieuwde vertrouwen komt na een moeizaam seizoen. Het olympische debacle dreunde lang na bij Van der Wart. Eerst ging het mis op de individuele afstanden, daarna in de aflossingsfinale waarin de verwachtingen hoog gespannen waren. Al halverwege de eerste bocht smakte Van der Wart tegen het ijs, de starter blunderde door de race niet terug te fluiten.
Al pratend trekt het verdriet als een sluier over zijn gezicht. Waar eerder zijn ogen nog twinkelden bij het vooruitzicht op de wedstrijd, lees je nu de pijn. Het drama in Sotsji mag dan verwerkt zijn, het is nog lang niet vergeten.
Hoe goed hij dit weekend ook zal presteren. Want, wat Van der Wart betreft is revanche grote onzin. “Ook al win ik hier alles, die demonen kan ik nooit verdrijven. Het zal altijd blijven”, zegt hij. “Na onze wereldtitel in 2014 werd geroepen ‘nu hebben jullie Sotsji weggepoetst’. Nee! Dat kan pas over twee jaar.” Alleen met goud. En zelfs dat zal de pijn niet wegnemen, hoogstens verzachten.
Het zit nog altijd diep en terugkomen in Sotsji is een grotere confrontatie dan Van der Wart had gedacht. “Het is gek om hier weer te zijn. Het deed me meer dan ik had verwacht. Het deed pijn.” Wandelen door het olympisch park, het weerzien met de ijsbaan, trainen op het olympische ijs, je opwarmen in de hal, het bracht alle emoties terug. “Het is heel confronterend. Ik ben best vaak weer door die avond heen gegaan. 500 meter mislukt. Relay mislukt. Toernooi mislukt.”
“Het knaagt nog steeds. Dat is niet waar je acht jaar full-time voor traint en waar je al zeker vijftien jaar van droomt”, verklaart Van der Wart, die vier jaar eerder in Vancouver nipt naast kwalificatie met de mannenploeg greep. “De Olympische Spelen zijn de drijfveer van iedere atleet. In ieder geval de mijne. En dat gaat al acht jaar fout. In je carrière heb je misschien twee of drie keer de kans om naar de Spelen te gaan. Nou, daar zijn er al twee van mis gegaan.”
Terug in Sotsji beseft Van der Wart dat hij nog een horde te gaan heeft. “Ik dacht dat ik het had opgelost, tot ik hier kwam”, stelt hij. “Hoe vaker je geconfronteerd wordt, hoe beter het gaat. Ik ben hard voor mezelf. Ik probeer de verwerking nu door te zetten en het niet meer weg te stoppen. Face your fears.”
Van der Wart wil het hoofdstuk Sotsji voor eens en voor altijd afronden. Zijn olympische missers mogen zijn toekomst als wereldtopper niet (meer) in de weg staan. Te beginnen dit weekeinde op het overbekende ijs in Rusland. De Europees kampioen van 2013 jaagt op nieuw succes. Waar de Zoetermeerder de aanval zal moeten inzetten, daar wil de Nederlands kampioen zich niet over uitlaten. Zeker niet met de grootste concurrent in eigen ploeg. “Laat het maar als een verrassing komen.”
Duidelijk is dat Van der Wart het moet hebben van zijn favoriete afstanden, de 500 en de 1000 meter. Op de 1500 meter rekent hij niet op een finaleplaats. “Daarop is ieder punt meegenomen. Een titeltoernooi is zoveel mogelijk punten sprokkelen en na drie afstanden kijken hoe je ervoor staat voor de superfinale. Je schaatst puur van het klassement, dat is toch even anders rijden.”
Op de aflossing is Rusland al drie jaar op rij de kampioen. Ook vorig jaar in eigen huis waren ze oranje te snel af. “Die moeten we maar weer eens binnenhalen. Maar dat zeggen we al twee jaar”, stelt Van der Wart. “De relay is ons ding. Het is tijd voor een titel.”