Ivan Skobrev en Koen Verweij in een stevig gevecht verwikkeld.
Niet erg, was de algemene conclusie, want we zagen in Jan Blokhuijsen een nieuw talent opstaan, we zagen in Koen Verweij de vechtlust en zelfs het tikje arrogantie (‘ik ga alleen voor goud’) die hem de komende jaren hoe dan ook ver zullen brengen en we zagen in Ivan Skobrev een nieuwe kampioen waarmee ook Kramer nog stevige gevechten zal gaan leveren.
Op een andere manier mooi om te zien, is wie het net niet redden. De vele tweede en derde plekken van met name Bøkko en Olde Heuvel werden de afgelopen jaren toegeschreven aan de hegemonie van Kramer. De kansen die er lagen nu de Friese held de schaatsen een jaartje niet onderbond, werden echter niet gegrepen. Niets geen best of the rest dus, maar misschien gewoon niet het winnerstype?
Schaatsen zonder Sven leverde dit weekend mooie dingen op. Geen brede ruggen meer om achter te verschuilen, iedereen met de billen bloot en alle kaarten open. Een en ander resulteerde in een toernooi dat spannend bleef tot in de laatste rondes van de 10 kilometer. Het mooiste toernooi in jaren werd er al gelijk gezegd. En ik kan me best voorstellen dat die opmerking thuis op de bank in Oudeschoot even gestoken heeft.
Daar doe je het dan voor Sven Kramer…. Jarenlang alles winnen, wereldrecords rijden, heersen met overmacht en titels binnen halen voor je land. Dan moet je noodgedwongen langs de kant toekijken hoe iemand anders je titel overneemt en dan noemt men dat het mooiste toernooi in jaren.
Het is het lot van de echte groten in de sport. Onbegrijpelijk dubbel, maar als je alle prijzen wegkaapt, zo goed bent dat het op voorhand al voor 90% zeker is dat de titel naar jou gaat en alleen maar verliest als je coach een foutje maakt, dan treedt er bij het grote publiek een soort moeheid op. Dan wordt het ‘Pfff, weer Kramer’ zoals het in het tennis jarenlang ‘Pfff, weer Federer’ was. Zoals de eerste titels worden bejubeld, komt op een gegeven moment de keerslag en wordt er stiekem gehoopt dat de kampioen een keertje verliest.
Met plaatsvervangende schaamte zeg ik graag ‘Sorry Sven! Ze bedoelen het niet zo’. Zie het positief, zou ik ook willen meegeven. Het moment dat mensen je liever zien verliezen, is jou in ieder geval bespaard gebleven dankzij deze impasse. Volgend jaar kun je je rentree maken en zal iedereen weer hopen dat jij wint. Ze hebben een jaartje met jouw speelgoed mogen spelen, maar volgend jaar ben je terug. En ik ben ervan overtuigd dat jij ons dan zal laten zien wat daadwerkelijk het mooiste toernooi in jaren is!