Het zilver bij de Nederlandse kampioenschappen, achter Freek van der Wart, was voor de buitenwereld misschien niet zo verrassend. Snellink toonde zich in de Nederlandse wedstrijden stabiel en constant. Waar de andere aankomende talenten de wereldbekers moesten verdelen, was Snellink daardoor bij alle vier de wedstrijden van de partij.

Zijn tweede plaats in Amsterdam was een welkom succes voor de Zuid-Hollander. Vooral het zilver op de sprint voelde als een bevestiging dat hij op de weg terug is. “Mijn lichaam wilde een tijdje niet, dus het was afwachten hoe ik bij het NK zou presteren. Het was een hele opluchting. Plaats je je het tweede deel van het seizoen met de grote toernooien niet, dan is dat heel zuur.”

Snellink verbaasde zich de afgelopen weken over zijn optredens. Het ene moment liepen de races lekker, het andere moment was hij zonder aanwijsbare reden moe. Het leverde wisselende prestaties op. “Heel frustrerend’”, kijkt Snellink terug. “Ik merkte dat de trainingsarbeid die ik aankon best miniem was, terwijl ik van de zomer juist veel belasting kon hebben.”

Vooral bij het duurwerk kwam hij zichzelf tegen. Een duidelijke verklaring heeft Snellink niet.“ Het is moeilijk om te accepteren, maar ik was er vroeg bij. Het gaat steeds beter. We kijken wat wel en wat niet kan, daar ben ik heel alert op. Na het seizoen moeten we maar eens goed evalueren.”

In Sotsji staat voor Snellink de aflossing op het programma. Vorig seizoen was hij er in Dordrecht ook al bij, maar schaatste hij niet in de finale. Toen werd oranje als de regerend wereldkampioen in eigen huis afgetroefd door de Russen. “Het zou mooi zijn als we die titel in Rusland weghalen. Het zou een mooie revanche zijn, want die titel hadden de jongens in eigen huis graag gehad.”

In de World Cups kwam Snellink slechts bij vier races op de aflossing in actie. Bondscoach Otter stelde dit seizoen, naast Freek van der Wart, Sjinkie Knegt en Daan Breeuwsma, vijf verschillende rijders op in de relay om meer schaatsers ervaring op te laten doen. “Het liefst zou ik zo veel mogelijk willen schaatsen, maar anderen krijgen ook een kans. Dat moet je accepteren en blij zijn als je wel rijdt”, bekijkt Snellink het nuchter.

Meestal hoort Snellink pas driekwartier of een half uur voor de race of hij in actie moet komen. Bij het EK deelt hij de rol van vierde man/reserve met Dennis Visser. “Het is niet makkelijk, je moet de hele dag afwachten of je rijdt. Maar hoe vaker je het doet, hoe makkelijker je ermee overweg kunt”, zegt Snellink over zijn rol. “Je bereid je altijd voor alsof je moet schaatsen en ook als je reserve bent, sta je tot de start van de race paraat.” 

“Het is mooi als je deel uit kan maken van zo’n sterk en goed team. Met die drie mannen tref je het wel. Je schaatst gelijk om de wereldtop te verslaan”, zegt Snellink over Breeuwsma, Van der Wart en Knegt. “De stabiliteit die die drie jongens aan het eind hebben, hebben niet veel andere teams. Ze kunnen makkelijk in het veld spelen. Zigzaggend naar voren, lastige lijnen rijden en blokkeren. Het gaat zo makkelijk en ontspannen, dat komt met de jaren.”