In Amsterdam vond Snellink zichzelf terug. De shorttracker uit de opleidingsploeg maakte vorig jaar een moeilijk seizoen door, nadat hij half oktober zijn rechterenkel brak. Het kostte hem maanden om weer terug te komen op zijn oude niveau en vervolgens liep het in oktober voor geen meter bij de Invitation Cup.
Een verrekte enkelband en een genegeerde buikgriep wierpen hem terug. “Ik was mezelf een beetje verloren. Herkende mezelf niet meer terug in de wedstrijd. Normaal ben ik een echte racer, nu stampte ik alleen maar op kop.” Bij de Nederlandse kampioenschappen draaide Snellink een topweekeinde. “Het goede hoofd zat er gelukkig weer op”, lacht hij.
De podiumplaatsen had hij nooit in zicht, die waren voor de ongenaakbare Sjinkie Knegt, Freek van der Wart en Daan Breeuwsma. Maar met drie vierde plaatsen en een derde plek in de afsluitende drie kilometer verzekerde Snellink zich van plaats vier in het klassement. “Dit is het hoogst haalbare”, weet hij. “Die drie mannen steken er bovenuit. Daar zit nog wel een gaatje tussen.”
Het NK was, net als andere jaren, het tweede selectiemoment dit schaatsseizoen. Het is het toernooi dat je seizoen kan maken of breken. Tickets voor de wereldbekers en het EK staan op het spel. “Het NK is altijd een lastige wedstrijd. Je rijdt tegen elkaar en er kan van alles gebeuren”, stelt Snellink. “Ik ging voor die vierde plaats, dan moet je de finale bereiken. Daarin ligt er eigenlijk minder druk dan in de halve finales.”
Door zijn overtuigende optreden mag Snellink er vanuit gaan dat hij onderdeel uitmaakt van het Nederlands team voor de Europese kampioenschappen over drie weken in Dordrecht. De definitieve beslissing daarover ligt bij de topsportcommissie shorttrack van de KNSB.
Snellink kijkt uit naar zijn eerste titeltoernooi. Als toeschouwer stond hij in 2012 op de bomvolle tribunes bij de wereldbeker in dezelfde hal. “Dat was echt een spektakel. Tijdens de relay stond iedereen te springen. Het was bijna hartverscheurend met zoveel publiek.”
“Het zou supergaaf zijn om in eigen land op het hoogste treetje te staan. Zeker als je zelf mag rijden”, zegt Snellink. Ervaring met de aflossingsploeg deed hij op bij de wereldbekers in Sjanghai en Seoul. Het werd een droomdebuut voor Snellink: zilver nadat hij in actie kwam in de voorrondes, een week later schaatste hij zelf mee en won het goud. “Dat was genieten.”
“Maar er komt ook druk bij kijken”, moet Snellink erkennen. De andere drie mannen (Sjinkie Knegt, Daan Breeuwsma en Freek van der Wart) zijn immers de regerend wereldkampioen op het onderdeel en de verwachtingen zijn dus hoog gespannen. “Voor iedereen is het lastig. Die mannen waren gebouwd op Niels (Kerstholt, red.). Maar ze weten wat ze kunnen en wat ik kan. Ze stellen je gerust en zeggen duidelijk wat ze van je verwachten. Bovendien heb ik genoeg relays gereden”, aldus Snellink.
De taak voor de jonge schaatser is het neerzetten van een stabiele race. Doordat hij qua lichaamsbouw lijkt op Daan Breeuwsma kan hij de ervaren shorttracker een beste duw meegeven. “Blijven staan, bijblijven, goede wissels en je positie niet makkelijk weggeven. Als ik dat goed doe, zijn die mannen sterk genoeg om wat leuks te kunnen doen.”
Bij de wereldbeker in Seoul leverde Snellink een belangrijke bijdrage aan het goud. De laatste keer dat hij in de baan kwam wist hij de koppositie vast te houden, ondanks de vermoeidheid in zijn benen. “Ik kan hele vervelende lijnen schaatsen. Dat heb ik mezelf aangeleerd. Tegenstanders raken daarvan in de war en verslikken zich. Ik had al een Chinees en een Koreaan op mijn schaats.”
Dat hij het in Amsterdam ook op de individuele afstanden weer kon laten zien stemt hem tevreden. De racer Snellink is er weer. Eindelijk schaatste hij weer in zijn eigen ritme en met zijn eigen tactiek. “Ik kon goed met de jongens meekomen, dus dat is mooi. Maar het maken van acties in de finale, dat laat nog even op zich wachten.”