Aan het begin van het seizoen is het altijd spannend wat de verhoudingen zijn in het peloton. Ook Slendebroek moest toegeven dat hij met meer zenuwen aan de start stond dan normaal. Onderweg bleek echter dat de ploegen behoorlijk aan elkaar gewaagd waren. Daan Gelling reed prominent in beeld in zijn rood-wit-blauwe pak, maar naast de man van Royal A-ware waren ook Reggeborgh, Essent en De Haan Westerhoff als vanouds van voren te vinden.
De nuchtere kijker concludeerde na zo’n tachtig ronden koers: ‘tja, ze rijden rondjes’. Oftewel: de mannen matten elkaar vooral af, maar echt een spannende koers was het nog niet. Het bleek gelukkig slechts het voorspel van een zinderende ontknoping. Met nog dertig ronden te gaan ontplofte het peloton en reed Slendebroek ineens solo op kop.
“Het plan was eigenlijk om met overtal in een kopgroep te komen”, illustreerde Slendebroek de tactische bespreking vooraf. Geen uitzonderlijk plan voor een ploeg als Royal A-ware, die deze tactiek in het verleden wel vaker hanteerden. De andere ploegen wisten dat natuurlijk ook en anticipeerden daar op.
“Toen was de situatie ineens daar en zag ik eerst Jorrit Bergsma en daarna Sjoerd den Hertog op mij wachten. Heel mooi dat we het op deze manier kunnen uitspelen.” De afzakkende ploeggenoten brachten hem uiteindelijk een ronde voorsprong, maar hielden vervolgens niet de benen stil. De drie begonnen direct aan de campagne voor ronde twee.
“Dit was ook geen heel makkelijke wedstrijd. We moesten er hard voor werken en ik dacht lang dat er niks rond zou komen. Toen we het gat eenmaal hadden, konden we hem op duurvermogen uiteindelijk rond krijgen. Zij kunnen echt wel door brommeren, maar het was zeker hard werken.”
Het tekent de overwinningen van Slendebroek. Ook al heeft hij er nog niet veel, ook zijn overwinning vorig jaar in de slotetappe van de Vier van Noord-Holland kwam tot stand na een solo waarbij hij als enige twee ronden pakte. In deze vorm hoopt hij ook op de langebaan hoge ogen te kunnen gooien, bijvoorbeeld over twee weken bij het World Cup kwalificatietoernooi als de plekken voor de eerste internationale wedstrijden op het spel staan.
“Natuurlijk hoop ik meer marathons te kunnen winnen en lekker aanvallend te koersen met de ploeg. Daarnaast heb ik ook nog wel wat ambities op de langebaan en stiekem hoop ik de eerste vijf te halen over twee weken.” Daarmee zou Slendebroek een startbewijs voor de eerste wereldbekers in Azië veroveren.
Voordat die droom werkelijkheid kan worden, is Slendebroek in de eerste plaats de leider in de strijd om de Marathon Cup. In de rol van kopman was de 22-jarige rijder niet te beroerd om nog even de sprint aan te trekken voor Gelling. “Ik sprintte even mee, maar voelde wel al snel dat ik de snelheid niet meer had. Daarom stuurde ik al vrij snel uit en kon ik genieten van de laatste rondjes.”
In die eenzame slotrondes zocht hij zijn vrienden en familie langs de kant even op om de overwinning alvast te vieren. Op het laatste rechte stuk nam hij zijn moment, wees met zijn vinger naar de hemel en dacht aan zijn opa. “Hij betekende heel veel voor mij. We belden na elke wedstrijd, dus deze is voor hem.”
‘Eindelijk’ wint Sipke Sijtsema zijn eerste marathon
Vijf seizoenen vertoeft Sipke Sijtsema al bij de beloften. De 23-jarige schaatser van Douma Staal eindigde al eens als tweede bij het NK voor neo-senioren en stond in de reguliere competitie al twee keer eerder op het podium, maar nog nooit op de hoogste trede. Bij de aftrap van het nieuwe seizoen was het dan toch eens raak. De inwoner van Hallum troefde na een aanvallende koers zijn medevluchter Gijs Verduin af. Ruben Ligtenberg won de sprint van het peloton.
Aan de overwinning ging een lang traject aan vooraf. “Vorig jaar heb ik er het hele seizoen uit gelegen”, vertelde de Fries na de huldiging. “Mijn schildklier werkt te langzaam, maar het duurde heel lang voordat we daar achter kwamen. In eerste instantie begon het met vermoeidheid en weinig zin om te trainen. Ik sliep niet goed en er kwamen steeds meer complicaties. Normaal gesproken zet ik altijd wel door, maar op het gegeven moment kon het echt niet meer.”
Een hele zomer en een hele winter moest Sijtsema toekijken hoe zijn ploeggenoten het zonder hem stelden. Na uitgebreide tests en het vinden van de juiste medicatie kon hij afgelopen voorjaar de trainingen weer oppakken.
“Dan merk je al gauw dat je helemaal geen conditie meer hebt. Dat is heel taai, maar nu gaat het goed en sta ik er weer. Tijdens de trainingen voelde ik me al hartstikke goed, maar dat ik hier gelijk kon winnen had ik echt niet gedacht. Een mooiere comeback dan dit kun je eigenlijk niet krijgen.”