Simon Schouten is bezig aan het absoluut beste seizoen uit zijn loopbaan. De 26-jarige Noord-Hollander heeft in zijn tweede jaar bij coach Jillert Anema alle puzzelstukjes op z’n plek gekregen. Hij demonstreerde dat in de voorbije maanden op kunstijs, maar liet in Zweden zien dat ook zijn kwaliteiten op natuurijs nog altijd ongekend zijn.
Woensdag was er nog die indrukwekkende zege tijdens een helse tocht over honderd kilometer in Luleå, zaterdag was Schouten opnieuw de sterkste. Dit keer in Falun, met nog eens vijftig kilometer extra. Het lijkt de rijder van A-ware allemaal echter nauwelijks te deren. Met de koppeling die hij momenteel maakt tussen zijn kracht en zijn snelheid is hij nauwelijks te stoppen, en zo zette Schouten een prachtige kroon op een topseizoen.
Op het Runnmeer knokten de mannen in de vijfde en laatste wedstrijd om de dagzege en de winst in het klassement, waarin Frank Vreugdenhil de leiding had. Simon Schouten wist in dat spel al snel genoeg. ’’Vreugdenhil zat continu in mijn buurt, liet me geen meter rijden. Dan weet ik al dat er op dat gebied niets te halen is en richt ik me vol op de dagzege.’’
Die afwegingen maakte Schouten in de kopgroep van zeven rijders die zo’n beetje op driekwart van de koers was ontstaan. Daarin voor de hand liggende namen, zoals Bob de Vries, Vreugdenhil, Schouten, Erwin Mesu en Bart de Vries. Peter van de Pol en Mart Bruggink vormden de verrassingen. Maar dat zevental slaagde er wel in het peloton op achterstand te krijgen. ’’Echt zwaar was het niet’’, vond Schouten. ’’De afstand maakt het wel pittig en toen de wind opstak werd het wel iets zwaarder.’’
Dat zegt eigenlijk al voldoende over de motor van Simon Schouten zelf. Want op het Runnmeer vielen echt klappen. Er waren veel uitvallers op het Zweedse meer, waar ook letterlijk carrières werden beëindigd. Van Jan van Loon bijvoorbeeld, en van Johan Hendriks.

Ondertussen probeerden Schouten en Vreugdenhil heel even samen op avontuur te gaan. Dat had een prachtig gevecht kunnen worden tussen twee mannen bij wie het natuurijs in het bloed lijkt te zitten. Samen hadden ze eerst de rest vakkundig gesloopt, nu konden ze elkaar testen. Maar zover kwam het niet, omdat het duo werd achterhaald nadat de samenwerking haperde.
In die kopgroep was de aanwezigheid van Bob de Vries prettig voor Schouten. ’’We konden het mooi met z’n tweeën uitspelen. Zo gingen we uiteindelijk ook de finale in.’’ In die sprint deed Schouten eigenlijk alles goed, zoals al zo vaak dit seizoen. Met machtige klappen reed hij weg bij Vreugdenhil. Ongrijpbaar, onnavolgbaar. ’’Het waren rake klappen’’, erkende Schouten. ’’De scheuren vermijden en vol doorgaan. Hartstikke mooi.’’
Dat leverde hem een tweede indrukwekkende zege binnen een paar dagen tijd op. ’’Ik draai een goede week’’, stelde hij lachend vast. En een goed seizoen ook. ’’Zeven overwinningen, ja. Op kunstijs, in Noordlaren, en nu twee hier. Da’s best veel. Ik denk dat ik mezelf in mijn handen mag knijpen als ik nog een keer zo’n seizoen mag beleven.’’