Veel van de focus op Flevonice lag op de strijd tussen Jouke Hoogeveen en Simon Schouten. Een minimaal verschil scheidde de twee kemphanen, die elkaar in de koers daarom nauwlettend in de gaten hielden. Tot pakweg honderd meter voor de streep. Hoogeveen smakte tegen het ijs, Schouten profiteerde.

’’Ongelooflijk, wat een stommiteit’’, foeterde Jouke Hoogeveen. ’’Ik had alles totaal onder controle, maar ik moest zonodig weer even laten zien dat ik de beste was. In plaats van gewoon achter Simon Schouten te blijven, wilde ik hem en Gary Hekman nog even voorbij. En hupsakee, daar lag ik. Dan weet je meteen dat je het verknoeid hebt. Zó stom.’’

De boosheid van Hoogeveen was oprecht. Hij voelde dat de eindzege in de Grand Prix binnen bereik was. ’’Zoals ik dit jaar op natuurijs reed, dat was niet normaal meer. Dat was vliegen. Ik heb al twee mooie wedstrijden gewonnen en dan wil je dat ook nog bekronen met de eindzege. Met Frank Vreugdenhil in de kopgroep en ik dicht bij Simon Schouten zat ik in een zetel. En dan verpruts ik het zelf. Hier ben ik echt ziek van.’’

Simon Schouten voelde sympathie voor zijn rivaal, maar was ook nuchter. ’’Blijven staan hoort ook bij schaatsen. Hier waren dit keer eens geen scheuren te bekennen en dat valt hij alsnog. Ik kreeg het niet echt mee, maar zag wel iets groens gaan. ‘Blijven staan en naar de streep’, dacht ik bij mezelf.’’

De benodigde vier of vijf plaatsen die hij voor Hoogeveen moest eindigen, had Schouten daarmee snel verdiend. Een mooie troostprijs, noemde hij de winst in het klassement. ’’Ik win natuurlijk liever een wedstrijd, maar na al die plaatsen in de top vijf, is dit toch wel prettig.’’ Schouten eindigde alleen in de Aart Koopmans Memorial als negende, maar zat daarna inderdaad altijd binnen de top vijf. ’’Vandaag hoefde dat niet noodzakelijk, hoefde ik alleen maar op Hoogeveen te letten. Dat ging prima, alleen dat het uiteindelijk zo afloopt, dat had ik ook niet kunnen bedenken.’’

Yvonne Spigt was net zo favoriet als Hoogeveen, maar de kleine Andijkse wist het groene pak wel om haar schouders te houden. Ze zat er keurig bij in de kopgroep en werd uiteindelijk vierde achter Elma de Vries, ruim voldoende voor de eindzege.

’’Ik hoefde hier eigenlijk alleen maar Carla Ketellapper-Zielman in de gaten te houden’’, vertelde Spigt. Haar rivale zat ook mee in de kopgroep, maar moest al snel lossen. ’’Vanaf het moment dat ik dat hoorde, was ik vrijwel zeker van de winst en kon ik iets meer ontspannen koersen.’’

De voldoening in de cyclus op natuurijs haalde Spigt uiteindelijk vooral uit haar zege in de Alternatieve Elfstedentocht op de Weissensee. ’’Dat was mijn grote doel, zeker nadat ik een paar jaar terug na een heel lange solo toch nog tweede werd. Dat ik daar won, was geweldig. Maar ik heb verder ook een heel goede reeks neergezet. Uitgezonderd de AKM ben ik alle wedstrijden in de top vijf geëindigd. Winst in het klassement is een mooie bevestiging daarvan.’’