Tussen de Nederlandse inlinetoppers hadden de drie shorttrackers het niet makkelijk. Vanaf de start sloeg de absolute favoriet, met de broers Michel en Ronald Mulder en Crispijn Ariëns, een gat met de andere teams. Even konden de drie een vierde plaats vasthouden, maar al snel moest de ploeg – voor de gelegenheid gestoken in kekke pakken met hartjes of schotse ruit - genoegen nemen met plaats vijf.
"Om echt hard te gaan heb je een hele andere techniek nodig. Ik kon gewoon niet harder. Daar doe je het toch te weinig voor", constateerde Van der Wart, die met de nationale ploeg één keer in de week op de inline skates traint. De beste shorttracker van Europa kon op de piste in Almere zijn kracht en snelheid niet kwijt. Uitgeput was hij zeker niet na het passeren van de finish. "Ik had nog wel twee of drie keer door gekund", lachte hij.
"We hadden een vijf kilometer moeten hebben", haakt Breeuwsma in. De ervaren relayrijder in het shorttrack, die de afgelopen jaren met zijn teamgenoten goed was voor twee Europese titels en eremetaal bij de laatste twee WK’s, werd tijdens de race met zijn neus op de verschillen tussen beide disciplines gedrukt.
Met de nummer vier in het vizier, zette het team alles op alles om een plekje op te schuiven. Door een slippertje bij het inzetten van zijn passeerbeweging vergooide de Fries uit Aldeboarn die kans. "Je kan niet in één keer hoeken, naar binnen draaien, zoals bij het shorttrack."
Het uitstapje van de drie mannen past bij de trainingsaanpak van Jeroen Otter. De shorttrackcoach zoekt steeds nieuwe uitdagingen voor zijn rijders. Grenzen verleggen daar draait het om. Zo stonden de shorttrackers eerder dit voorjaar met een BMX bovenop de indrukwekkende startheuvel van de nagebouwde Olympische crosspiste in Papendal.
Op een crossfietsje ‘gecontroleerd’ naar beneden. "Een beetje remmen en opletten dat je niet gaat slippen", aldus Van der Wart, die niet helemaal ongeschonden uit de strijd kwam getuige de littekens op zijn linker scheenbeen. "Anders maak je zomaar een sprong van tien meter over de eerste schans."
Ondanks hun verlies kwamen de rijders zondagavond met een grote glimlach van de baan. "Echt gaaf om mee te doen", glunderde Van der Wart. "Je weet niet wat je overkomt bij de start. Geen idee wanneer ik weg moest. Er zijn geen commando’s, je gaat gewoon als je denkt dat de laatste rijder is ingezakt."
"Het ging het hardst op het rechte stuk. Dat had ik niet verwacht. Het ging mooi.", analyseerde een enthousiaste Knegt. De Europees shorttrackkampioen van 2011 nam alleen als C-junior wel eens deel aan een inlinewedstrijd "We worden niet eens gelapt, dan doe je het toch goed."
Ook bij Breeuwsma spatte het plezier van zijn gezicht af. "Volgend jaar weer, zeg ik". Ondanks dat hun deelname begon als een grap, ziet hij de toegevoegde waarde. "Het is een manier om jezelf uit je comfortzone te halen. Het is even wat anders. In het shorttrack kunnen altijd onverwachtse dingen gebeuren. Dat kan ook bij de Olympische Spelen."