Zo maar een dinsdagmiddag op de Ireen Wüst IJsbaan in Tilburg. Trainer Theo Morssink, rijders en enkele ouders zijn een half uurtje zoet met kussens sjouwen. Vast ritueel bij de meeste shorttrackclubs, die ijshockeypistes gebruiken voor hun trainingen. Geen geklaag, schouders eronder, dit hoort erbij als je een goede shorttracker wilt worden.
Ook Xandra en Michelle Velzeboer kennen dit ritueel, net als Friso Emons en Selma Poutsma. Zij maken in Milaan deel uit van de TeamNL Shorttrack, dat aan zijn succesvolste Spelen ooit bezig is. De vier zijn allen lid of lid geweest van STB, de afkorting voor Shorttrack Brabant. Ook lid van STB zijn de thuisblijvers Bibi Arts en Daan Kos.
Die club mag zich dus best hofleverancier van het Nederlandse shorttrackteam noemen. Toch slaan ze zich bij STB zelf niet graag op de borst. Met ongeveer vijftig leden is Shorttrack Brabant een bescheiden club. Maar wie in het zuiden des lands woont en serieus aan shorttracken wil doen, is bij STB aan het juiste adres, zo leert de praktijk. Het kan geen toeval zijn dat zes van hen nu meedoen in de wereldtop. Het geheim van dat succes?
“Wat je ziet is dat vrijwel alle shorttrackers bij STB multidisciplinair zijn opgeleid, ze hebben vaak lang verschillende sporten beoefend”, zegt voorzitter Pol van de Rest. ”Daarnaast startten ze op iets latere leeftijd pas met harde training. Plezier hebben is bij ons het belangrijkste.” Met een glimlach, maar toch serieus: “Misschien heeft het ook te maken met de Brabantse gezelligheid. Bij de laatste Zomerspelen werden 13 van de 34 medailles gewonnen door atleten uit onze provincie.”
Wie als jonge shorttracker bij STB een stap hogerop wil zetten, moet naar een KNSB Talent Team: in Dordrecht of Utrecht. Van de Rest: “Dat is voor jongeren van 15, 16 jaar een flinke stap, die ze maken vanuit een innerlijke motivatie. Je moet dit echt graag willen om te kunnen slagen. Daarnaast moet ook het belang van goede trainers niet worden onderschat, zij hebben de basis gelegd.”
Ouders van schaatsers zijn nauw betrokken bij Shorttrack Brabant. Albert Poutsma (vader van Selma) en Marc Velzeboer (vader van Xandra en Michelle) hebben beiden als trainer bij STB op het ijs gestaan. Wie dat nog altijd doet, is Theo Morssink, een 78-jarige Amsterdammer, die twee middagen per week naar Tilburg komt om de jeugd van acht tot achttien de kneepjes van het shorttrack bij te brengen. “Ik beleef veel plezier aan dit werk, anders zou ik het niet meer doen. Ik vind het vooral leuk om die gasten betere schaatsers te zien worden.”
Morssink is gepensioneerd gitaarleraar, produceert nog altijd customized schaatsschoenen (merk Themo) en geeft sinds 1980 schaatstraining: eerst langebaan, vanaf 1985 shorttrack. Hij begon als trainer bij ASC Jaap Eden in Amsterdam, stapte met zijn shorttrackende zoon Rob Lijtsman over naar de Indoor Hardrij Club Leiden (IHCL), ging daarna aan de slag bij Schaatsvereniging Utrecht (SVU) en combineert die club sinds 2012 met STB.
In Utrecht trainde hij korte tijd Jens en Melle van ’t Wout, die vanuit Canada naar Nederland waren geëmigreerd en hier nog hun weg zochten als shorttrackers. “Goede jongens, heel sociaal. Melle was de bedachtzame, Jens de flapuit. Dat zag je ook terug op het ijs: Jens roste maar een eind weg. Niet dat hij niet luisterde, maar rook hij bloed, dan ging-ie. Melle was rustiger, vooral gericht op zijn techniek.”
Terug naar STB, hofleverancier van de Nederlandse ploeg. Morssink loopt op verzoek het rijtje langs om herinneringen op te halen aan zijn oud-pupillen. We beginnen natuurlijk met Xandra Velzeboer, nu al goed voor twee gouden plakken in Milaan, en haar zusje Michelle. Morssink: “Ik heb ze drie jaar getraind. Enthousiaste meiden, allebei. Michelle was technisch heel goed, dat zag je terug in alles: diepe zit, haar afzet... Xandra was als jong meisje vooral heel sterk. Zij heeft natuurlijk een enorme inhaalslag gemaakt, doet technisch niet meer voor Michelle onder, maar toen zeg je wel een verschil.”
Wat beide Velzeboertjes toen al hadden, was een enorme gedrevenheid. “Die sportmentaliteit zit duidelijk in de familie”, zegt Morssink. “Mijn zoon heeft nog met hun vader Marc gereden. Ze gingen samen naar het WK junioren in Japan. Niemand wilde bij Marc op de kamer slapen, want die wilde nergens door gestoord worden. Mijn zoon vond het geen probleem. Maar midden in de nacht heeft-ie zijn matras op de gang gelegd, want van Marc mocht hij niet eens ademen... haha.”
De anekdote is treffend voor het fanatisme van de Velzeboers, zegt Morssink. “Dat zag je vroeger vooral bij Xandra, wat minder bij Michelle. Maar dat is intussen wel veranderd. Wat Xandra aan techniek heeft bijgewonnen, daar is Michelle gegroeid in mentaliteit.”
De derde STB’er in Milaan is Selma Poutsma, over wie het in deze serie al uitvoerig is gegaan. Morssink prijst haar talent, maar herinnert zich ook hoe hij de jonge Selma meenam voor haar eerste wedstrijd in het Belgische Turnhout. “We haalden haar thuis op, ze was samen met een vriendinnetje. Met haar heeft ze voluit gepraat, maar tegen ons heeft ze de hele dag geen woord gezegd. Als je haar vroeg of ze het leuk vond, dan knikte ze. Maar praten met ons deed ze niet.”
Friso Emons is de vierde in het rijtje. Hij sloot aan bij STB via het Schaatscollege in Tilburg. “Een ontzettend leergierige jongen”, zegt Morssink. “Zijn grootste kwaliteit was, en is dat nog steeds, het inhalen van tegenstanders. In wedstrijden die niet zo van belang waren, gaf ik hem vaak een opdracht mee. Dan moest hij bijvoorbeeld achterin beginnen en minimaal twee inhaalacties maken: een keer buitenom en eentje binnen langs. Dat vond hij leuk, zo leerde Friso spelenderwijs inhalen.”
We kunnen nog even doorgaan, want twee andere STB-ers zijn wel lid van de nationale selectie, maar afwezig in Milaan. Voor Bibi Arts kwamen deze Spelen te vroeg, Daan Kos moest afhaken door een rugkwetsuur. Morssink: “Toen Daan bij ons kwam, moesten we eerst zijn langebaanstijl afleren: lange slagen, te hoog zitten. Inhalen vond hij ook lastig. Door het maar vaak genoeg te doen, door veel wedstrijden te rijden, is hij een uitstekend shorttracker geworden. Heel jammer dat hij er niet bij is in Milaan, hij had op de 1500 meter serieus kans op een medaille.”
Wie ook nog een poos bij STB heeft meegetraind, als lid van NSV uit Nijmegen, is Teun Boer. “Die had in het begin ontzettend moeite met het ingaan van de bochten. Daar hebben we heel veel op getraind en het is hem gelukt. Ik vind het heel knap dat Teun het met dat grote lijf zo ver heeft geschopt, dat zie je in de top van het shorttrack niet veel.”
Morssink vertelt vol liefde voor zijn oud-pupillen, die hij nu ziet stralen in Milaan. Wat hem het meest raakt is de uitstekende teamgeest. “De sfeer is nog nooit zo goed geweest als nu”, zegt hij al voor aanvang van de Spelen. Intussen ziet de hele wereld dat het met die teamspirit wel snor zit. Wat is het belangrijkste dat Morssink zijn pupillen, toen en nu, probeert bij te brengen?
“Allereerst: het groepsgevoel. Shorttrack doe je samen. Ik vind het belangrijk dat het in de groep onderling goed loopt.” Wat dat betreft had hij met de huidige olympiërs nooit te klagen, want hij noemt ze stuk voor stuk ‘sociaal, prettig in de groep, enthousiast’. “Daarnaast ben ik als trainer vooral gespitst op de techniek. Als je techniek goed is, dan komt de snelheid vanzelf.”
De olympiërs hebben Brabant allang verlaten. Hun trainer van toen volgt hun verrichtingen op de voet. Hoe bijzonder het is, dat hij mede aan de wieg stond van hun successen? “Ik sta er zelf niet zo bij stil”, zegt Morssink. “Mijn vrouw doet dat wel en mijn kleindochter helemaal. Zij is 23 en helemaal gek van shorttrack. We zijn ook samen naar het EK geweest. Ze rijdt zelf niet, maar kijkt alle wedstrijden en is trots op mij. Ik stap zo meteen weer het ijs op met die gasten en dan ga je dingen doen in de hoop dat ze er beter van worden. Als dat lukt, als ik zie dat mijn rijders beter worden, ben ik gelukkig. Meer is voor mij niet nodig.”