De tranen van Selma Poutsma na haar brons op de 500 meter weerspiegelden geen teleurstelling of verdriet. De zoute druppels stroomden door gevoelens van trots, blijdschap en opluchting. Hoewel ze haar leidende positie in de finale niet kon vasthouden en gepasseerd werd door Xandra en Michelle Velzeboer, voelde de bronzen plak als goud. “Ik schrok ervan dat ik aan het begin zo’n groot gat had op de andere vrouwen", blikt Poutsma terug op haar race. "Oei, dit is een positie die ik ken, want twee jaar geleden startte ik ook vaak als eerste, dacht ik. Destijds lukte het vaak niet om de deur dicht te houden, hoe kon ik daar nu wel voor zorgen? Maar het is zo’n grote uitdaging als de beste shorttracker, die heel snel is en ook nog eens zo goed in het spelletje, achter je zit.”
“Tot het eind heb ik gestreden voor de Europese titel. Een milliseconde dacht ik shit, ik was zo dichtbij goud. Ik heb het laten lopen. Daarna kwam er veel vreugde en trots. Het niveau is hier door de Nederlandsen zo hoog. Ik kwam iets tekort, maar let vooral op de dingen die goed zijn gegaan. Mijn start is beter dan ooit, evenals mijn topsnelheid. Ik heb nu heel concrete punten die ik kan verbeteren. Doortrekken aan het einde, een halve ronde langer volhouden. Plus kijken waar Xandra, Michelle en mijn andere concurrenten zitten. Een 500 meter draait niet alleen om hard schaatsen, het is ook het spel spelen.”
Poutsma legt een vergelijkbare weg af als haar vriend Melle van ’t Wout. Na jarenlange blessureleed reed hij gisteren eveneens naar een derde plek op de 500 meter, achter twee landgenoten. “Ik dacht wel wow, wat zou het prachtig zijn als wij zo’n Nederlands podium kunnen herhalen. Net als Melle heb ik nu een tastbaar bewijs dat ik weer op de goede weg ben en heb ik dat met het hele stadion kunnen vieren.”
En met haar teamgenoten op het podium. “Zij waren zo trots op mij. Ook al startte ik sneller, dat vinden ze alleen maar leuk. Op die manier dagen we elkaar uit. We tillen elkaar echt naar een heel hoog niveau, ieder met haar eigen kracht. Ik met mijn starts, Xan en Mies met hun snelheid. Als ik hen niet had gehad, was ik niet op dit niveau gekomen.”
Na maanden van twijfel heeft Poutsma eindelijk de bevestiging waar ze zo naar zocht. “Deze zomer begon het al wel te komen. Ik reed betere tijden, maar op de wedstrijden viel het niet op z’n plek. De afgelopen maanden moest ik voor mijn gevoel nadenken over elke stap die ik zette, kon ik niet dromen tijdens mijn races. Dit weekend kon ik de eerste rondes weer uit automatisme schaatsen. Het zit echt weer in mijn systeem. Lange tijd heb ik me afgevraagd wanneer dat moment zou komen. Of het überhaupt zou komen. Als dat langer duurt dan gehoopt, begin je te twijfelen.”
In die tijd sprak Poutsma zichzelf moed in. “Geef jezelf de tijd. Je kon het, dus je kan het nu nog steeds. Verwacht niet van jezelf dat je één, twee, drie weer op niveau bent. Michelle liet me vorig jaar op het EK zien dat je ook halverwege het seizoen nog een stap kan zetten. Zij motiveerde me daarmee. Komende weken hoop ik nog meer vooruitgang te boeken. Wil ik op de Spelen echt meedoen, is dat ook nodig.”
In Milaan heeft de shorttracker nog een doel: genieten. Tijdens het EK zag ze al dat focus en plezier hand in hand kunnen gaan, dat wil ze in februari herhalen. “Natuurlijk staan resultaten voorop, maar ik wil het ook bewust meemaken. Voor mij is het na al het blessureleed een hele overwinning dat ik gekwalificeerd ben. Sinds Beijing is het een droom om op een Spelen te mogen staan waar familie en publiek bij aanwezig is.”
De regerend olympisch kampioen op de relay heeft tijdens de moeilijke periodes veel steun ontvangen van haar familie. “Onvoorwaardelijke liefde. Of ik zou meedraaien op het hoogste niveau of inmiddels al gestopt was, ze houden van me. Door mijn blessure werd ik geforceerd mezelf te accepteren als niet-schaatser. Ik heb geleerd mijn prestaties in de sport los te koppelen van wie ik ben. Dat heb ik door mijn blessure ingezien, maar mijn familie probeerde me dat al jaren mee te geven.”